Randy Pattiselanno
Randy Pattiselanno.png

De productclassificatie in de herziene SFDR kent geen ‘shades of green’. Dat is jammer, want juist dergelijke labels maken de keuzemogelijkheden voor beleggers duidelijker.

Op 20 november publiceerde de Europese Commissie haar langverwachte voorstellen tot herziening van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR), ofwel SFDR 2.0. Vol verwachting werd met name uitgekeken naar de herziening van de productclassificatie.

Als het aan de Commissie ligt, komen er in de SFDR 2.0 drie nieuwe productcategorieën. Dit zijn financiële producten die bijdragen aan een transitiedoelstelling (het nieuwe artikel 7), financiële producten die duurzaamheidsfactoren meenemen in het beleggingsproces (het nieuwe artikel 8) en financiële producten met een expliciete duurzaamheidsdoelstelling (het nieuwe artikel 9). 

Al deze producten moeten voldoen aan bepaalde inhoudelijke criteria. Zo moet bij alle productcategorieën minimaal 70 procent van de beleggingsportefeuille aantoonbaar in lijn zijn met het doel van de betreffende categorie, bijvoorbeeld transitie of een duurzaamheidsdoel. Daarnaast moet bij alle productcategorieën de Climate Transition Benchmarks (CTB) en/of de Paris-Aligned Benchmarks (PAB) worden gehanteerd. Dat betekent dat bepaalde niet duurzame beleggingen moeten worden uitgesloten van de portefeuille conform genoemde benchmarks.

Van informatieclassificatie naar label

De voorgestelde productcategorieën leren ons het volgende. Ten eerste stapt de Europese Commissie met dit voorstel af van de oorspronkelijke doelstelling van het SFDR-classificatiesysteem. Dat was namelijk bedoeld om aan te geven aan welke informatieverplichtingen je als financiële instelling moet voldoen. De productclassificatie was niet bedoeld als een label of soort keurmerk. 

Het nieuwe systeem lijkt dit wél te beogen. Er worden namelijk inhoudelijke eisen gesteld. Je mag iets alleen transitie of duurzaam noemen als je voldoet aan de door de SFDR 2.0 gestelde eisen. Het systeem lijkt daarmee geënt te zijn op de systematiek van de ESMA Richtsnoeren voor fondsnamen van 21 augustus 2024. In deze richtsnoeren legt ESMA het gebruik van bepaalde ESG- of duurzaamheidsgerelateerde termen in namen van beleggingsfondsen aan banden, door bepaalde inhoudelijke criteria voor te schrijven, zoals onder meer de toepassing van de CTB en PAB en de voorwaarde dat minimaal 80 procent van de beleggingen van het fonds aan ecologische of sociale kenmerken moeten voldoen.

Daarmee lijkt de Europese Commissie een belangrijk tweede punt te maken. De voorgestelde productcategorieën zijn gericht op het ‘tegengaan van greenwashing’. Alleen als je voldoet aan de criteria van een van de productcategorieën, mag je als financiële instelling een bepaalde ESG-claim maken. Daar was het ESMA in haar richtsnoeren ook om te doen.

Geen nieuw inzicht voor de belegger

‘So far so good’, zou je zeggen. Alleen rijst ten eerste de vraag of de gemiddelde belegger een goed begrip heeft van de nieuwe productcategorieën. Ook bij de huidige classificatie was het voor de gemiddelde belegger niet altijd duidelijk wat de verschillende productcategorieën betekenen. Dat probleem lijkt niet te zijn opgelost met de nieuwe productcategorieën.

Ten tweede lijken de nieuwe productcategorieën op een soort label, maar binnen het label lijkt er geen onderscheid te worden gemaakt in de mate van duurzaamheid. In het systeem zit een ‘pass or fail’-mechanisme besloten. Of je voldoet aan de criteria van het label Transitie, ESG-basics of Duurzaamheid, of je voldoet er niet aan. In die optiek is het label eendimensionaal. 

Met andere woorden, ‘shades of green’ ontbreken, en daarmee het inzicht voor de belegger dat het mogelijk maakt een beleggingskeuze te maken tussen producten binnen een bepaalde categorie. Of een financieel product binnen een bepaalde productcategorie voor 70 procent of voor 100 procent groen is, lijkt althans op het eerste gezicht niet zichtbaar. Dat is in ieder geval ook afhankelijk van de nieuwe product-templates. Bijkomend effect is dat je daarmee financiële instellingen niet aanmoedigt het product in de loop der tijd duurzamer te laten worden.

Labelling op basis van ‘shades of green’

De criteria voor de nieuwe productcategorieën onder de SFDR 2.0 zorgen vermoedelijk wel voor minder greenwashing. Deze gedachte was al ingezet door ESMA in haar fondsnamenrichtsnoeren en is dus eigenlijk niet nieuw. Het beter inzicht bieden in duurzaam beleggen is met de nieuwe productcategorieën echter niet opgelost. Een gemiddelde (retail)belegger zal waarschijnlijk geen beter begrip krijgen van de drie productcategorieën dan nu. Zeker nu het centrale begrip ‘duurzame belegging’ uit de SFDR 2.0 wordt geschrapt. Toegegeven, ook dat begrip was en is multi-interpretabel, maar je zou kunnen zeggen dat het nog ergens voor stond.

Een echt labelsysteem met een ‘shades of green’ systematiek ontbreekt nog steeds. Om de gemiddelde retailbelegger dus meer inzicht te geven en duidelijkere keuzemogelijkheden te geven binnen een bepaalde productcategorie, moet er nog verdere labelling plaatsvinden. Denk daarbij aan labelling op basis van letters, cijfers of kleuren zoals energielabels voor bijvoorbeeld wasmachines. Dat zijn duidelijke en eenvoudige indicatoren waar retailbeleggers op afgaan. Met dit soort labels zijn consumenten immers al bekend. Dit zal meer bijdragen aan duurzaam beleggen door een retailbelegger dan alleen de nieuwe voorgestelde productcategorieën.

Randy Pattiselanno is Legal & Regulatory Consultant bij de Projective Group.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Column
FD Article
No