Werner Schouten
Werner Schouten

In naam van competitiviteit is de Europese Unie bereid ver te gaan om de bedrijven op het continent te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. De vraag is echter: maken we Europese bedrijven ‘ready to fight’ op het mondiale speelveld, of financieren we een kostbaar uitstel van executie?

De transitie naar elektrische voertuigen dendert voort in een moordend tempo. Ondanks versoberde overheidsstimulering groeide het marktaandeel van nieuwe elektrische voertuigen in Europa met ruim 50 procent ten opzichte van 2024. Daarmee is voor het eerst in de historie de verkoop van elektrische auto’s in Europa hoger dan de verkoop van benzine-auto’s.

De vraag is niet langer of de toekomst van auto’s, bussen en vrachtwagens elektrisch is. De vraag is: waar worden ze gebouwd? Steeds meer lijkt het antwoord te zijn: niet in Europa.

De internationale concurrentie is enorm. Chinese autofabrikanten veroveren in hoog tempo Europees marktaandeel met goedkope, degelijke en technologisch superieure voertuigen.

Waar je zou verwachten dat Europese bedrijven met lef en innovatie de strijd proberen aan te gaan, is de realiteit anders. Terwijl miljarden worden afgeboekt op EV-activiteiten, wordt geprobeerd de transitie af te remmen en de prikkel om te innoveren te verzwakken. Onder druk van Europese autofabrikanten besloot de EU het verbod op nieuwe brandstofmotoren van tafel te schuiven. Op korte termijn levert dat wellicht lucht op bij autofabrikanten en aandeelhouders. Op lange termijn levert het vooral vragen op over de technologische achterstand en de houdbaarheid van bestaande verdienmodellen.

Een pyrrusoverwinning in een transitie die doordendert.

Het kan ook anders. Hyundai koos bewust voor een andere koers. De Zuid-Koreaanse automaker is ‘ready to fight’, aldus de Europese baas van het concern. De automaker gaat in Europa agressief de strijd aan met de stevige Chinese competitie op basis van kwaliteit, prijs en duurzaamheid. Men zet in op winstgevendheid dankzij de transitie en niet ondanks de transitie. Het concern pleitte dan ook vóór het verbod op de verbrandingsmotor, juist omdat het de eigen concurrentiekracht versterkt.

Dat is precies de mindset die Europa beter zou kunnen gebruiken.

Nu de EU een steeds grotere rol claimt in het versterken van competitiviteit, rijst dan ook de vraag voor wie dat beleid uitkomst biedt. Voor bedrijven die de transitie zien als bedreiging, of bedrijven die haar omarmen als kans?

China koos voor het eerste en plukt daar nu de vruchten van. Inmiddels komt 11,4 procent van het bbp van China uit de schone-technologiesector. Als die sector een land was, zou het de achtste economie ter wereld zijn, groter dan Brazilië of Canada. Op deze wijze gaat China er met de taart van de energietransitie vandoor en blijft Europa achter met de kruimels.

Europa is echter rijk aan duizenden schone-technologiestartups, van producenten van groen staal en electrolysers, tot koplopers in geothermie en circulaire maakbedrijven. Bedrijven die met lef, innovatiekracht en duurzaamheid ‘ready to fight’ zijn op het internationale toneel. Deze bedrijven zijn gebaat bij ambitieuze, stabiele normen die innovatie en duurzaamheid waarderen.

Laat het Europese kapitaal en industriebeleid daarom geen laatste vluchtheuvel zijn voor terughoudende bedrijven, maar een platform voor opschaling voor de duurzame winnaars van morgen die ‘ready to fight’ zijn op het wereldtoneel.

Werner Schouten is directeur van de Impact Economy Foundation en schrijft maandelijks voor Investment Officer over de economische keuzes achter grote maatschappelijke vraagstukken, en de rol van kapitaal en beleid daarin.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Column
FD Article
No