Trend
i-pfTh64W.jpg

In Nederland en Scandinavië zijn de ‘slimme indices’ aan een ware opmars bezig. Deze goedkopere beleggingstechnieken zetten druk op kosten fondsbeheer, voorspelt indexbouwer Eric Shirbini.

Econoom Shirbini, specialist op het gebied van de zogenoemde ‘smart beta’-strategieën, voorspelt zwaar weer voor actieve fondsmanagers die te weinig toevoegen maar wel hoge tarieven rekenen. ‘Lonen gaan dalen, en het aantal arbeidsplaatsen ook.’

Smart beta ligt ergens tussen passief indexbeleggen en actief beleggen in. In plaats van ‘de markt’ ofwel een ‘gewone’ index te volgen (waarin de grootste aandelen het zwaarst wegen) wordt een ‘slimme’ graadmeter gekopieerd, die op van tevoren vastgestelde regels bepaalde aandelen selecteert. Dat kunnen aantrekkelijk geprijsde aandelen zijn, of stukken met een stabiele koersontwikkeling of een hoog dividend.

Critici omschrijven het als oude wijn in nieuwe zakken.

‘Wij vinden het ook niet nieuw. Het betreft inzichten waar we al 25 jaar over schrijven. Het enige verschil is dat deze inzichten nu in een index worden geleverd, op een goedkope manier. Dat heeft zo zijn invloed op actieve fondsmanagers. Want de prestaties zijn hetzelfde, maar de tarieven worden gehalveerd. Niet alleen vanwege een lagere ­beheersvergoeding, maar ook omdat de transactiekosten lager liggen. Qua aantal transacties zit smart beta tussen passief en ­actief in.’

Smart beta-strategieën zijn gebaseerd op relaties in het verleden. Maar wie zegt dat ze ook in de toekomst werken?

‘In 2007 werkte vrijwel geen enkele smart beta-strategie, in andere jaren bepaalde strategieën niet. Mijn punt is: smart beta werkt niet elk jaar, maar in een gemiddeld jaar wel. Hoe langer je eraan vasthoudt, hoe beter het werkt. De actieve managers die in het eerste jaar de beste prestaties laten zien, zitten na vier jaar zelden nog in de top. Als actieve manager probeer je de toekomst te voorspellen, maar je kunt niet altijd gelijk hebben.’

U vindt dat smart beta superieur is aan indexbeleggen. Los van de statistieken, wat is daarvoor de theoretische grondslag?

‘Uit onderzoek blijkt dat aantrekkelijk geprijsde aandelen het uiteindelijk beter doen dan de groeiaandelen. Dat komt doordat beleggers vaak te optimistisch zijn over groei, en die stukken dus tegen een te hoge prijs kopen.’

‘Nu komt het: de gemiddelde index bestaat voor 70 procent uit te dure groeiaandelen en voor 30 procent uit ondergeprijsde aandelen. Dat is de verkeerde spreiding. Bij smart beta draai je die verhouding eigenlijk om.’

‘Een ander risico is dat van de omvang. Kleine bedrijven doen het op langere termijn beter dan grote, maar wie een index volgt, ­belegt het grootste deel van zijn geld in grote ondernemingen.’

Een andere kritiek op smart beta-strategieën: ze zijn te complex en dus weten beleggers niet waar ze hun geld in steken.

‘Wij denken dat er inderdaad onvoldoende transparantie is. Hoe werkt het selectieproces van aandelen? Dat moet je gewoon op de website kunnen lezen. Veel aanbieders maken het ook complex, omdat hun model zo optimaal aansluit op de historische tijdreeksen. Dat is een soort “overfitting” waar wij ons als academici niet schuldig aan maken. Je moet je systeem gewoon baseren op één variabele.’

Wat zullen de consequenties van smart beta op de beleggingsindustrie zijn?

‘De kosten gaan dalen, en dus wordt het voor actieve managers moeilijker om te overleven. Lonen gaan dalen, en het aantal arbeidsplaatsen ook. Overigens zal het niet zo zijn dat iedereen in smart beta gaat. Ergens ligt een grens. Smart beta-beleggers hebben de neiging om meer in kleinere bedrijven te beleggen. Maar als iedereen dat doet, dan worden ze uiteindelijk net zo groot als de rest. De alternatieve strategieën zijn gebaseerd op inefficiënties in de markt, en die worden minder zodra ze worden uitgebuit. Het marktaandeel dat smart beta pakt, zal ten koste gaan van de actieve managers. Ik merkte onlangs tijdens een paneldiscussie dat ze behoorlijk agressief reageren op de ontwikkelingen.’

Maar er blijft toch wel ruimte voor actief management?

‘Vergis je niet, 85 procent van de wereldwijde aandelen wordt door min of meer actieve beleggers beheerd, en smart beta maakt daar nog maar een klein deel van uit. Actieve managers kunnen natuurlijk zeggen: we switchen tussen verschillende smart beta-modellen, zodat we schokken beter opvangen. Ik heb daarnaar gekeken, maar de timing is gewoon heel moeilijk. Je ziet nu veel partijen die geen smart beta-index repliceren, maar iets doen wat er op lijkt, en vervolgens een wat hoger tarief rekenen. Smart beta met een actief laagje, dus niet volledig mechanisch. Ik denk dat die strategieën uiteindelijk zullen verdwijnen. Mijn boodschap is: kies voor een of liefst meerdere smart beta-strategieën tegelijk en hou daar vervolgens aan vast.’

Eric Shirbini Eric Shirbini werkte eerder als kwantitatief analist voor UBS, BNP Paribas en Nomura. Inmiddels is hij het boegbeeld van ‘ERI Scientific Beta’, onderdeel van de Franse business school EDHEC. ERI wil de (theoretische) kennis over de zogeheten ‘slimme’ indices vergroten, maar maakt ze zelf ook. Afnemers krijgen in ruil voor een vergoeding het gebruiksrecht daarvan. Daarmee is het team van Shirbini een rechtstreekse concurrent van grote indexleveranciers als Stoxx, MSCI, Russell en FTSE. Hoewel onderdeel van een academische instelling, heeft ERI dus ook commerciële belangen in de smart beta-industrie. ‘Het geld gaat terug naar de businessschool’, aldus Shirbini. ‘Tegelijkertijd verhoogt het ons profiel.’ Smart beta is nu nog vooral populair bij institutionele beleggers, maar de Brit verwacht de komende jaren een sterke groei van (voor particulieren geschikte) trackers die de alternatieve indices volgen. ‘Nu is dat nog een heel kleine markt.’

Copyright: Het Financieele Dagblad, 30 mei 2014.

Author(s)
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No