
Duurzaamheidsspecialisten hebben overeenstemming bereikt over een objectieve aanpak voor het berekenen van vermeden CO2-emissies. Een twaalftal assetmanagers heeft donderdag een geharmoniseerde, open methodologie gepresenteerd die het mogelijk maakt economische activiteiten en beleggingen op dit punt met elkaar te vergelijken. Tot nu toe konden partijen bij deze berekeningen sterk uiteenlopende referentiescenario’s gebruiken.
Het zogeheten Avoided Emissions Platform (AEP) is een marktbreed initiatief, dat ook ondersteund wordt door enkele grote dataleveranciers en meerdere grote bedrijven. De strategic founding partners zijn assetmanagers Robeco, Mirova en Edmund de Rothschild Asset Management.
Andere betrokken assetmanagers zijn onder meer Amundi en Natixis. Onder de dataleveranciers bevinden zich Morningstar Sustainalytics en Sustainable Fitch en in het rijtje bedrijven staan bijvoorbeeld EDF, Panasonic en Veolia. In het onafhankelijke wetenschappelijke comité dat de ontwikkeling van de nieuwe methodologie heeft begeleid, is daarnaast de World Business Council for Sustainable Development vertegenwoordigd. Deze WBCSD verschaft al richtlijnen voor de berekening van de emissies van grote bedrijven. Het AEP heeft voortgebouwd op deze methode.
Namens Robeco is klimaatstrateeg Lucian Peppelenbos nauw betrokken bij het AEP. In gesprek met Investment Officer toont hij zich hoopvol dat het nieuwe platform het bereiken van de klimaatdoelen dichterbij brengt. ‘Duurzame beleggers willen niet alleen CO2-intensieve activiteiten vermijden, ze willen ook beleggen in alternatieven. Maar het was altijd moeilijk die alternatieven goed tegen elkaar af te wegen’, aldus Peppelenbos (foto). ‘Je wilt weten met welke belegging je ‘per euro’ de meeste emissies vermijdt. Om dat betrouwbaar en consistent vast te stellen, ontbrak echter de transparantie en ontbrak het ook aan data.’
Licenties
Het AEP moet dat gebrek opvangen. Het bestaat uit een database met alle onderliggende data en aannames om de vermeden emissies te berekenen van een groot aantal van de ‘klimaatmitigerende’ activiteiten die worden genoemd in de EU-Taxonomie. De database is aangevuld met een protocol dat uitlegt hoe de data op bedrijfsniveau zijn te gebruiken. Gebruikers kunnen financiële instellingen en beleggers zijn, maar ook bedrijven, adviseurs, toezichthouders of academici. Om toegang te krijgen tot de database is een licentie nodig. Peppelenbos: ‘De tarieven daarvoor zijn niet commercieel. De inkomsten uit die licenties moeten voldoende zijn om de database te onderhouden en verder te ontwikkelen. Ze dienen geen ander doel.’
Asset owners die het platform willen gebruiken, kunnen er zelf mee aan de slag. Waar moet dan bijvoorbeeld een pensioenfonds op rekenen, dat van een portefeuille van enkele miljarden euro’s de vermeden emissies in kaart wil brengen? ‘De meeste fondsen hebben wel de beschikking over een datawetenschapper. Ik schat ruwweg dat zo’n functionaris er enkele weken mee bezig is’, aldus Peppelenbos. Overigens wordt gewerkt aan de optie dat dataproviders ook toegang tot de database krijgen, waarmee zij vervolgens plug-and-play-diensten zouden kunnen ontwikkelen. Maar over de (commerciële) voorwaarden daarvoor, moet nog worden onderhandeld.
De kip en het ei
De partners van het AEP startten anderhalf jaar geleden met de eerste werkzaamheden. Onvrede lag daaraan ten grondslag, over de grote verschillen die kunnen bestaan tussen rapportages over vermeden emissies. ‘Het was altijd het verhaal van de kip en het ei’, zegt Peppelenbos. ‘Je hebt een robuuste methodologie nodig, met heldere keuzes op wetenschappelijke basis. Maar dat is dus per definitie een open-source-methodologie. Dus je investeert, en vervolgens geef je het resultaat van die investering weg.’
Maar het moest gebeuren, vonden in ieder geval de partners van het eerste uur Robeco en Mirova, een dochteronderneming van Natixis met ongeveer 32 miljard euro aan beheerd vermogen. De recente ontwikkelingen, met politici die duurzaam beleggen afwijzen en grote (Amerikaanse) assetmanagers die het onderwerp liever lijken te vermijden, versterken die overtuiging.
Peppelenbos ervaart dat ook in klantgesprekken. ‘Het is duidelijk dat het plaatje niet beter wordt. Het wordt moeilijker om de doelen uit het Parijse Akkoord te halen. Maar ik zie ook dat klanten willen vasthouden aan hun commitment. Waarbij zij zich wel voortdurend afvragen hoe ze hun duurzame beleggingsbeleid kunnen verbeteren, hoe dat slimmer kan. En daarbij kan het AEP helpen. Moet ik beleggen in – bijvoorbeeld – een windmolen in de Noordzee of in een zonnepark in India? Het is nu mogelijk om betrouwbaar en consistent van beide projecten de daarmee vermeden CO2-emissies berekenen. De beleggingsbeslissing wordt daarmee beter onderbouwd.’
Eigen beleggingsfondsen
Robeco gaat dat ook voor de eigen beleggingsfondsen doen en de partners van het AEP gaan de komende tijd op pad om zoveel mogelijk andere beleggers daartoe aan te zetten. Enerzijds dus om de eigen beleggingen met elkaar te kunnen vergelijken, anderzijds om de verschillende oplossingen met elkaar te kunnen vergelijken. Hoe de communicatie met de klant daarover zal verlopen, is overigens nog niet duidelijk. ‘Er is nog genoeg werk aan de winkel’, zegt Peppelenbos. ‘Zo moeten we ook nog doorpraten over de governance voor de doorontwikkeling van de database. Maar de focus zal eerst liggen op het verzamelen van praktijkvoorbeelden. Dit initiatief slaagt alleen als het straks breed gedragen is.’