De energiecrisis en het dreigende kerosinetekort zijn een ramp voor de luchtvaart, maar kunnen ook de aandelenmarkt alsnog hard raken. Assetmanagers zijn somber over de luchtvaartsector en waarschuwen voor de gevolgen voor beleggers.
Door de blokkade van de Straat van Hormuz komt wereldwijd aanzienlijk minder kerosine op de markt. Medio april waarschuwde het Internationaal Energieagentschap (IEA) dat Europa mogelijk nog slechts zo’n zes weken aan vliegtuigbrandstof heeft, en grootschalige vluchtannuleringen snel kunnen volgen.
Robeco belegt nauwelijks in de luchtvaartsector, vanwege de volatiele resultaten, lage marges, relatief veel overheidsbemoeienis, oneerlijke concurrentie en hoge CO₂-uitstoot. Het fondshuis belegt daarom niet in Air France-KLM of andere grote Europese luchtvaartmaatschappijen, vertelt portefeuillebeheerder Arnout van Rijn.
Enkele Amerikaanse fondsen hebben wel een positie in United Airlines, maar de totale blootstelling is verwaarloosbaar, aldus Van Rijn, die beargumenteert dat de energiecrisis en het dreigende kerosinetekort weinig gevolgen hebben voor Robeco, aangezien die nauwelijks in de sector belegt.
Ook het BGF Future of Transport-fonds van Blackrock heeft geen directe blootstelling aan luchtvaartmaatschappijen. Charles Lilford, een van de beheerders van het fonds, is op korte termijn somber over de luchtvaarsector. ‘Brandstofschokken kunnen een aanzienlijke impact hebben. Brandstof vertegenwoordigt meer dan een kwart van de operationele kosten. Zelfs vóór het conflict in het Midden-Oosten verwachtte IATA dat de wereldwijde luchtvaartsector in 2026 een rendement op geïnvesteerd kapitaal van 6,9 procent zou behalen, ruim onder de kapitaalkosten van 8,2 procent.’
Tegelijkertijd benadrukt hij dat de langetermijnvraag sterk blijft, en de verwachting is dat het aantal vliegpassagiers tot 2050 aanzienlijk zal groeien, wat de vraag naar nieuwe vliegtuigen ondersteunt. ‘Wij geven echter de voorkeur aan hoogwaardige toeleveranciers, software en efficiëntieoplossingen boven luchtvaartmaatschappijen en vliegtuigfabrikanten. De markt richt zich bovendien steeds meer op de ruimtevaartsector, waar naar verwachting veel interessante beursgangen zullen plaatsvinden.’
Stevige klap
De luchtvaartsector mag er year to date ongunstig bijliggen voor beleggers, in brede zin staan aandelenmarkten in de plus. Van Rijn is verbaasd over het optimisme. ‘Vroeg of laat zullen beleggers beseffen dat deze energiecrisis en mogelijke kerosinetekorten de economie stevig kunnen raken. Ik zou nu voorzichtig zijn met het uitbreiden van aandelenposities. Het is nu verleidelijk om wat winst te nemen op AI-aandelen.’
Op sectorniveau verwacht Van Rijn dat vooral de consumentensector geraakt wordt door de olieschok, omdat hogere brandstofprijzen als een extra belasting werken. Daarnaast is Robeco voorzichtiger geworden over Europa. ‘De economische impact van hoge olie- en gasprijzen is hier groter dan in de Verenigde Staten.’ Ook opkomende markten in Azië worden relatief zwaar getroffen. ‘Dat zien we nog niet terug in de index, omdat AI-aandelen uit Taiwan en Zuid-Korea momenteel het sentiment domineren.’
Aanpassingen in portefeuille
Zelf heeft Robeco in maart haar overwogen positie in aandelen teruggebracht naar neutraal. Van Rijn: ‘Dat pakte aanvankelijk goed uit, maar in april volgde een snelle koersopleving. Onze multi-assetfondsen hebben daar ook van geprofiteerd en doorstaan deze externe schok vooralsnog goed.’
Daarnaast verhoogde het fondshuis onlangs de weging van grondstoffen van onderwogen naar neutraal, goed voor circa 4 procent van de strategische mix. ‘We verwachten dat de inflatie wereldwijd de komende vijf jaar hoger uitvalt dan voorzien. Grondstoffen kunnen daarvan profiteren. We kiezen daarbij voor een brede blootstelling, met ook posities in goud en industriële metalen zoals koper en aluminium. Die profiteren van de energietransitie, die door deze oliecrisis waarschijnlijk zal versnellen.’
Van Rijn vindt goud bovendien aantrekkelijker als inflatiehedge dan olie. ‘Op lange termijn biedt olie geen sterke inflatiebescherming. We houden wel enige blootstelling vanwege het staartrisico van verdere prijsstijgingen, maar op basis van de historie zijn energiebedrijven een betere lange termijn belegging dan olie zelf.’
Elektrificatie van transport
Lilford van Blackrock legt in zijn fonds de nadruk op de elektrificatie van transport. ‘De krapte op de brandstofmarkt en de strategische kwetsbaarheid versterken onze overtuiging in de delen van de sector die het eenvoudigst te elektrificeren zijn: spoor, vrachtvervoer en lichte voertuigen. We vergroten onze blootstelling aan elektrificatie en aan bedrijven in deze toeleveringsketens.’
Volgens de fondsbeheerder hebben de gebeurtenissen in Oekraïne en het Midden-Oosten het besef vergroot dat energievoorziening een kwestie van nationale veiligheid is. ‘Veerkracht en onafhankelijkheid zullen een steeds grotere rol spelen in overheidsbeleid. Tel daarbij op dat AI afhankelijk is van rekenkracht, en dus van voldoende energie, en het is duidelijk dat elektrificatie een van de meest aantrekkelijke structurele beleggingsthema’s van dit moment is.’
Daarnaast ziet Lilford dat technologie steeds vaker concreet wordt toegepast binnen transport. ‘De grootste kansen liggen in de fysieke toepassing van AI, zoals autonoom rijden, robotaxi’s, robotica en dronetechnologie. Ook toepassingen als route-optimalisatie voor brandstofefficiëntie, productie en logistiek zijn veelbelovend.’
Binnen de luchtvaart verwacht hij dat maatschappijen met moderne vloten en bedrijven die bijdragen aan brandstofefficiëntie de relatieve winnaars zullen zijn. ‘Exploitanten met vliegtuigen van de nieuwste generatie profiteren van aanzienlijk lagere brandstofkosten. Dat vormt in de huidige omgeving een duidelijk concurrentievoordeel.’