Dat passief beleggen niet ethisch zou zijn is onzin. Wij zitten altijd bij beursfondsen aan tafel – voor de eeuwigheid. En behartigen daar de belangen van álle beleggers’, betoogt Glenn Booraem, bestuuder corporate governance van Vanguard. Hij reageert op de stelling die Albert van Zadelhoff van Triodos Bank in dit door Fondsnieuws georganiseerde debat aanhangt.
Indexbeleggers zijn helemaal niet waardevrij – integendeel, zou ik zeggen. Bij Vanguard beheren we 3.000 miljard euro. Twee derde daarvan is in passieve fondsen en oplossingen.
We beleggen in maar liefst vierduizend bedrijven in de Verenigde Staten en in zevenduizend bedrijven in de rest van de wereld.
Het klopt dat we die bedrijven niet selecteren. Het zijn bedrijven die in een index zijn opgenomen waarin wij beleggen. Maar daarmee zijn we wel mede-eigenaar van die beursfondsen.
Actief betrokken
Wij zijn actief betrokken bij die bedrijven. Dat onderstreept dat passieve beleggers niet noodzakelijkerwijs passieve eigenaars zijn. Nog belangrijker: we zitten er in voor de langere termijn. We stappen er niet uit zolang die bedrijven in de index zijn opgenomen.
Onze betrokkenheid bij de bedrijven manifesteert zich in de eerste plaats door ‘proxy voting’, stemmen op afstand. Dat doen we principieel voor alle 11.000 beursfondsen waarin we aandelen bezitten.
Uitgangspunt bij proxy voting zijn de beginselen en de procedures die Vanguard heeft geformuleerd. De belangrijkste is dat wij besluiten steunen, alsook aan te stellen bestuurders steunen die de creatie van langetermijnwaarde voor álle beleggers nastreven.
Dat past bij ons kerndoel: opkomen voor alle beleggers en ze de beste kans op beleggingssucces te bieden.
In dialoog
Echter, proxy voting beperkt soms complexe zaken tot een binaire keuze – je bent voor of tegen een bepaald voorstel. Wij bereiken vaak evenveel – zo niet meer – door een dialoog met de betrokken ondernemingen aan te gaan.
Wij denken het meest effectief te zijn als we onze boodschap rechtstreeks overbrengen aan bedrijven waar wij veranderingen nodig achten. In het afgelopen jaar hebben we dat in zo’n achthonderd gevallen gedaan.
Het kan dan gaan om zaken als ‘hiring & firing’ en de beloning van bestuurders. Ook kijken we bijvoorbeeld of bestuurders die in de ‘board’ benoemd worden voldoende onafhankelijk zijn, relevante marktexpertise meebrengen en of er sprake is van voldoende diversiteit in de raad van bestuur.
Geen ‘one size fits all’
Het is waar dat het vaak niet om een ‘one size fits all’-benadering gaat. Zo is er in de Verenigde Staten nu al een aantal jaren een verwoede discussie gaande over de beloning van topbestuurders.
Hoewel de situaties sterk kunnen verschillen, proberen we altijd op basis van onze bedrijfsbeginselen te handelen. Wij geloven dus in een directe dialoog waar dat nodig is.
Daarbij streven wij naar gemeenschappelijke opvattingen en benaderingswijzen. Soms zijn we het oneens, maar we stappen dan niet uit het bedrijf. Dat kan ook niet, omdat we nu eenmaal indexbeleggers zijn.
Altijd aan tafel
Als je geen aandeelhouder zou zijn, zou je ook niets te zeggen hebben. Dat geldt niet voor ons, wij zitten altijd aan tafel – voor de eeuwigheid, om het maar zo uit te drukken.
We blijven altijd in gesprek, onder alle omstandigheden. Door dat commitment wordt er in de praktijk naar onze opvattingen geluisterd. Daar profiteren niet alleen wij, maar vanwege onze omvang álle beleggers van.
Steeds meer, denk ik, en dat komt omdat beursfondsen steeds ontvankelijker worden voor de opvattingen van langetermijnbeleggers, alsook voor het idee van engagement.
Glenn Booraem werkt voor Vanguard en is verantwoordelijk voor het corporate governance-beleid.
Lees ook: Pro: Passief beleggen is niet ethisch
Dit artikel is gepubliceerd in het Fondsnieuws-magazine dat woendag is verschenen.