Han Dieperink
i-dpTT4kz-M.jpg

Han Dieperink bezocht op uitnodiging van Kraneshares China. Hij combineerde de theorie met de praktijk en toetste de macro-economie op microniveau. Afdronk na zijn reis: het Westen vertelt veel fake nieuws over China.

De groei van de Chinese economie is in het derde kwartaal teruggevallen naar het laagste niveau sinds 1992. Met 6 procent is die groei een stuk lager dan de recordgroei van 14,2 procent over 2007. Toch is 6 procent over ruim 14.000 miljard dollar absoluut gezien bijna het dubbele van 14,2 procent over 3.500 miljard dollar. De omvang van de Chinese economie is sinds 2007 immers verviervoudigd. Waar dertig jaar geleden 6 procent Chinese groei nog gelijk was aan 0,4 procent groei in de VS, staat 6 procent nu gelijk aan 4 procent groei voor de Amerikaanse economie. De bijdrage van China aan de groei van de wereldeconomie is groter dan ooit, zelfs bij slechts 6 procent groei. 

Dat de groei op korte termijn tegenvalt, wordt toegeschreven aan de effecten van de handelsoorlog. In renminbi is de export dit jaar echter met 5,2 procent gestegen. De export naar de VS beslaat slechts enkele procenten van het Chinese BBP. China compenseert eventuele krimp met fiscale en monetaire maatregelen. Niet zo groot als voorheen: de geldgroei loopt nu in de pas met de groei om financiële risico’s zoals een verdere oververhitting van de huizenmarkt te voorkomen. 

De belangrijkste oorzaak voor de tegenvallende groei is de autosector. Die omvat maar liefst 5% van de Chinese economie. Een krimp van de autoverkopen met meer dan 10 procent zorgt voor een tegenvaller van 0,5 procentpunt. Autoverkopen vallen terug door minder stimulerende belastingmaatregelen en hogere milieustandaarden. Op lange termijn is het onwaarschijnlijk dat in China de penetratiegraad van auto’s even hoog zal zijn als in de westerse wereld. De steden zijn daar simpelweg niet op toegerust. Uit een bedrijfsbezoek aan Didi, de Chinese Uber met maar liefst 65 procent marktaandeel, bleek dat Chinezen op dit gebied massaal de deeleconomie omarmen. Ook omdat het gebruik van Didi, in tegenstelling tot Uber hier, veel goedkoper is dan het bezit van een eigen auto. 

De beste dingen in het leven zijn gratis

De lagere economische groei heeft zo zijn voordelen. De lucht in Peking was stralend blauw. Mogelijk dat de recente viering van het 70-jarig bestaan van de Volksrepubliek daaraan heeft bijgedragen, maar het is ook een neveneffect van lagere groei. Op straat is het schoon en stil, dankzij het gebruik van elektrische scooters. De herbalancering van de Chinese economie, meer nadruk op consumptie en minder op investeren in vervuilende fabrieken, heeft ook positieve effecten die niet vallen onder de definitie van het BBP

Beursgenoteerde bedrijven profiteren sterk van groeiende consumentenbestedingen. Wat consumptie betreft mag de rest van Azië niet worden vergeten. De economie van India was in de jaren tachtig even groot als die van China. Eind jaren negentig was China twee keer groter dan India, inmiddels vijf keer zo groot. Desondanks is de economie van India nu net zo groot als die van China in 2006 en mogelijk op een vergelijkbaar kantelpunt voor wat betreft consumentenbestedingen. India heeft evenveel inwoners en is een grote belofte voor de komende tien jaar. Door de opkomende Aziatische consument zal de consumptie dan wereldwijd verdubbelen. Deze prognose rijmt niet met de bescheiden rendementsprognoses voor aandelen, waarschijnlijk focussen die te veel op de lage groei in de westerse wereld.

Markten ontwikkelen zich snel

Chinezen sparen veel: 30 procent van alle besparingen wereldwijd zijn Chinees. Een groot deel van die besparingen wordt gebruikt voor de aankoop van een huis. Slechts een klein deel van de besparingen gaat naar de aandelenmarkt. Deze is daardoor voor de Chinese consumptie niet zo belangrijk. Dat is in de VS anders. In China wordt de hervorming van de kapitaalmarkten in snel tempo voortgezet. Buitenlanders kunnen nu eenvoudig beleggen in renminbi. Desondanks is het aandeel van buitenlandse beleggers nog relatief klein. Op de aandelenmarkt bestaat nu slechts 8% van de free float uit buitenlandse beleggers, op de obligatiemarkt minder. Beide markten vormen sinds kort een groeiend onderdeel van belangrijke wereldwijde aandelen- en obligatie-indices. 

China wil minder afhankelijk worden van de Amerikaanse dollar, een proces dat wordt versneld door de opstelling van de VS. Nu al gaat 20 procent van de totale oliehandel in renminbi. De Chinese centrale bank heeft swaplijnen met andere Aziatische banken, zodat bij een volgende crisis niet de VS, maar China kan optreden als ‘lender-of-last-resort’. Bovendien gebruiken de Amerikanen de dollar als wapen, door tegoeden te bevriezen en betalingsverkeer onmogelijk te maken. Dat vreet aan de reservevalutastatus van de dollar. 

De renminbi kan alleen een rol van betekenis spelen als de Chinese kapitaalmarkten zich verder ontwikkelen en groot genoeg zijn om overtollige renminbi’s te parkeren. Net zoals China een groot deel van haar dollars gedwongen moet aanhouden in Amerikaanse staatsobligaties, zal de markt voor renminbi-obligaties ook die rol moeten spelen. Maatregelen die buitenlandse beleggers schaden, frustreren deze ontwikkeling. Door de lagere afhankelijkheid van de dollar ontstaan er nieuwe diversificatiemogelijkheden voor internationale beleggers. Voor wie de lage of negatieve rentes in de rest van de wereld wil ontvluchten, is China een alternatief. Aandelenbeleggers profiteren van stijgende consumentenbestedingen, stijgende rijkdom en betere governance, juist op een moment dat beleggers onderwogen Azië en China zitten. 

Dit artikel is onderdeel van Fondsnieuws-magazine, dat op 13 november is verschenen.

Author(s)
Categories
Target Audiences
Access
Limited
Article type
Article
FD Article
No