Europese beleggers benaderen de huidige crisis met analysekaders uit eerdere crises. Die reflex leidt volgens hoofdstrateeg Mabrouk Cherouane van Natixis Investment Managers tot interpretatiefouten die direct doorwerken in de assetallocatie.
De verleiding is groot om de huidige situatie te vergelijken met die van 2022, toen de energiecrisis na de oorlog in Oekraïne de markten domineerde. Volgens Mabrouk Cherouane gaat die vergelijking niet op. ‘In 2022 was er simpelweg geen energie beschikbaar. Nu is die er wel, maar tegen een hogere prijs’, zei hij vorige week tijdens een mediaconferentie in Parijs. Dat verschil is volgens hem cruciaal. Waar de schok in 2022 draaide om volumes – met directe gevolgen voor productie en groei – gaat het nu om een prijsschok. De economie vertraagt, maar blijft functioneren. De kosten worden ergens in de keten opgevangen: door consumenten, bedrijven of overheden.
Die nuance verandert de lezing van de cyclus fundamenteel, betoogt de strateeg. De prognoses van Natixis IM blijven relatief gematigd. De inflatie in de eurozone komt volgens de firma uit rond 2,9 procent tegen het einde van het jaar, uitgaande van een olieprijs van 80 dollar per vat. De economische groei wordt slechts beperkt geraakt, zo is de verwachting van het fondshuis.
Veel andere beleggers houden rekening met stagflatie. Een overdreven reflex, meent Cherouane. Stagflatie veronderstelt immers een specifieke combinatie van recessie, hoge inflatie en banenverlies. Daar is de economie momenteel nog ver van verwijderd, zei hij vorige week in Parijs, dus nog voordat de spanningen tussen de VS en Iran verder opliepen. Het risico hangt volgens hem vooral af van de duur van de energieschok. Als spanningen aanhouden, kunnen tweederonde-effecten zich geleidelijk verspreiden, bijvoorbeeld via voedselprijzen en transportkosten.
Gereedschapskist van centrale banken
Ook in de rol van centrale banken zit een belangrijk verschil met 2022. Veel beleggers rekenen opnieuw op stevig ingrijpen, maar de huidige schok leent zich daar minder voor. Renteverhogingen werken vooral via de vraag, terwijl de inflatie nu wordt gedreven door een aanbodschok, via hogere energieprijzen. Ingrijpen met rente zou de economie vooral afremmen, zonder de oorzaak van de inflatie weg te nemen. De Europese Centrale Bank zal daarom waarschijnlijk een voorzichtiger koers varen.
Daarachter ligt bovendien een structurele kwetsbaarheid. Europa is sterk afhankelijk van energie-import en daardoor gevoeliger voor externe schokken. In tijden van spanning vergroot dat de volatiliteit en maakt het de Europese markten moeilijker te doorgronden.
Dat vertaalt zich direct in allocatiekeuzes. Amerikaanse markten ogen voor beleggers overzichtelijker, mede dankzij hun energie-autonomie. Schokken worden daar beter opgevangen, wat de voorkeur voor Amerikaanse assets verklaart.
Technologie biedt relatieve stabiliteit
De focus verschuift daarmee van geografie naar kwaliteit. Beleggers zoeken vooral voorspelbaarheid. Volgens Cherouane blijven met name Amerikaanse aandelen in staat groei te genereren, ook in een verslechterende omgeving. Technologie springt eruit: de sector laat een solide omzetgroei zien en biedt relatieve stabiliteit in portefeuilles.
Een vergelijkbare redenering geldt voor obligaties. In plaats van te speculeren op moeilijk voorspelbare renteontwikkelingen, merkt de strateeg dat de focus van beleggers verschuift naar obligaties van hogere kwaliteit.
Uiteindelijk draait het niet om een extreem macro-economisch scenario, maar om de interpretatie ervan, besluit Cherouane. Een verkeerde lezing kan leiden tot verkeerde keuzes en meer rendementsrisico. Voor Europese beleggers ligt de uitdaging minder in het voorspellen van de volgende schok dan in het correct begrijpen van de aard ervan. Juist die interpretatie bepaalt het rendement.