Als er niet snel meer geïnvesteerd wordt in nieuwe olievelden, zal de olieprijs volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) onherroepelijk stijgen. Dat is positief voor energiefondsen. Fondsnieuws vergelijkt er drie uit de fondsendatabase FN Universe.
Fondsen die beleggen in de fossiele energiesector staan year to date fors hoger dankzij het herstel van de olieprijs. Na gebodemd te hebben op een niveau onder de 30 dollar begin dit jaar, schommelt de prijs nu al maanden rond de 45 dollar per vat.
Het huidige overschot op de markt, onder meer doordat Iran de olie-export heeft hervat, zorgt ervoor dat de olieprijs niet verder oploopt. Maar de verhouding tussen vraag en aanbod kan binnen een paar jaar omslaan.
Door de lage olieprijs zijn de investeringen gedaald tot het laagste niveau sinds de jaren vijftig. Om aan de toekomstige en nog altijd groeiende vraag te voldoen moet er volgens het IEA snel verbetering optreden. Maar heel hoopvol gestemd is de energiewaakhond uit Parijs niet.
100 dollar per vat
In hun basisscenario staat de olieprijs in 2020 op 80 dollar per vat, en stijgt deze richting 2025 tot boven de 100 dollar.
In dat belangrijkste scenario van het IEA zijn alle beloftes over het gebruik van duurzame energie, gemaakt in het kader van het klimaatakkoord van Parijs, al meegenomen. Als er van die beloftes niets terecht komt zou de vraag naar olie nog meer kunnen toenemen.
Trump
De outlook van IEA is bovendien duidelijk geschreven voor de verkiezingswinst van Donald Trump, nu precies een week geleden, schrijft Het Financieele Dagblad. Trump heeft niets op met de strijd tegen klimaatverandering en kondigde tijdens zijn campagne aan zo snel mogelijk onder het klimaatverdrag van Parijs uit te willen komen.
Mogelijk dat dit jaar de olieprijs al stijgt, als Saudi-Arabië de output verlaagt met het oog op de beursgang van oliemaatschappij Aramco. Volgens Natixis is het niet de vraag of, maar in welke mate het land de oliekraan dichtdraait.
FN Universe
Van de fondsen in de FN Universe die beleggen in de fossiele brandstofsector, gaat year to date het Schroders Global Energy fonds aan kop met een rendement van 23,81 procent. De twee andere actief beheerde fondsen in deze vergelijking, namelijk het NN Energy Fund en het BlackRock World Energy Fund, blijven niet ver achter.

Op plaatje op vijfjaarsbasis laat echter een ander beeld zien. Dan laat het fonds van NN Investment Partners met een cumulatief rendement van 9,08 procent de twee concurrenten duidelijk achter zich. Het BlackRock-fonds staat op -5,96 procent, het Schroders-fonds staat vergeleken bij vijf jaar geleden nog altijd op een min van 39,32 procent.

Nader bekeken blijken er tussen de fondsen grote verschillen te bestaan. Vooral de hoge bèta van het Schroders-fonds springt eruit. Net als bij het BlackRock en NN IP-fonds behoren bekende namen als Shell en BP tot de grootste posities in het fonds, maar maken mid-, small- en zelfs microcaps een veel groter deel van de totale portefeuille uit.
Uit de factsheet blijkt dat het Schroders-fonds zwaar onderwogen is in geïntegreerde olie- en gasbedrijven, en zwaar overwogen zit in olie- en gas exploratiebedrijven. Het fonds blijft op vijfjaarsbasis ver achter bij de benchmark, maar dat geldt in mindere mate ook voor de twee andere fondsen.
In gesprek met Fondsnieuws begin dit jaar zei fondsbeheerder John Coyle dat hij een pijnlijke periode had doorgemaakt, omdat de portefeuille in 2015 was ingericht op het herstel van de olieprijs. Hij sprak zich echter optimistisch uit voor het lopende jaar.