Met euro-stablecoins en een digitale euro wil Europa tegenwicht bieden tegen de dreigende dollarisatie van de Europese economie. In het betalingsverkeer voor consumenten staat de soevereiniteit van de euro al onder druk, waarschuwt de Europese Centrale Bank.
Betalingssystemen zijn kritische infrastructuur, net als transport, telecommunicatie en energienetwerken. Als de dominantie van de Amerikaanse dollar op de digitale markten zich uitbreidt, kan Europa op den duur de mogelijkheid verliezen een eigen monetair beleid te voeren.
Dat schrikbeeld wordt de afgelopen maanden geregeld beschreven in politieke, monetaire en wetenschappelijke publicaties, zoals analyses van de Brusselse denktank Bruegel en zijn Italiaanse tegenhanger Istituto Affari Internazionali (IAI). Vorige week verscheen in aanvulling daarop een Working Paper van de ECB over de adoptie van stablecoins, de tokens die met gebruik van DLT (distributed ledger technology, voorheen aangeduid als blockchain) financiële transacties veel sneller en efficiënter doen verlopen.
De marktkapitialisatie van stablecoins groeide in 2025 van 205 naar 308 miljard dollar. Grote ondernemingen en handelaren zien er de voordelen van in: in ruil voor een dollar krijg je van de aanbieder een token en met die tokens kun je - in het distributed ledger, een computernetwerk - in milli-seconden transacties afhandelen met andere token-bezitters. Dat is vooral aantrekkelijk voor internationale betalingen: grote overboekingen in ‘gewone’ valuta duren soms dagen. Op elk moment kun je een token weer omruilen in dollars - de waarde van een stablecoin is ‘vastgeklonken’ aan een bestaande valuta.
Tweederangs valuta
Er zijn inmiddels tientallen stablecoins op de markt en in praktisch alle gevallen zijn dat in dollar genomineerde tokens. Dat is precies het probleem, zo stellen de schrijvers van het ECB-Working Paper. Als een Europese partij kiest voor het gebruik van stablecoins, dan worden die transacties dus meestal in dollars gedaan in plaats van euro’s. Gebeurt dat op grote schaal, dan ‘dollariseert’ de Europese economie. De euro wordt dan in Europa een tweederangs valuta. Het gevolg is dat de economie afhankelijker wordt van Amerikaanse monetaire beslissingen, terwijl het effect van Europees monetair beleid steeds zwakker zou worden en dat raakt de soevereiniteit van Europa.
Hoogleraren Andrew Whitworth en Nicola Bilotta, die deze ontwikkelingen hebben geanalyseerd voor het Italiaanse IAI, wijzen erop dat de VS bewust streven naar uitbreiding van de dominantie van de dollar. De vorig jaar juli aangenomen Genius Act - die de uitgifte van stablecoins verder regelt - schept daarvoor de omstandigheden. De Genius Act maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat grote technologieplatformen (Google, Apple) een dollar-stablecoin integreren in hun ecosysteem (zoals een paar jaar geleden Facebook probeerde met de Libra) en die wereldwijd aan de man gaan brengen.
Visa, Mastercard
De Markets in Crypto-Assets Regulation (MiCAR, uit 2024), de Europese pendant van de Genius Act, staat in de EU een gelimiteerde hoeveelheid transacties toe in ‘buitenlandse stablecoins’, maar met name volgens de ECB zijn daarmee de risico’s op dollarisatie niet weggenomen. De Europese Commissie en de ECB werken daarom al langer aan een strategie om de soevereiniteit van de euro te beschermen. Die houdt onder meer in dat de creatie en groei van euro-stablecoins wordt ondersteund (zie kader). Daarnaast werken ze aan verbeteringen die Target, het bestaande Europese betalingssysteem voor grote bedragen, sneller en beter moet maken. Zo wil de ECB met het project Pontes een brug slaan tussen DLT-platformen en Target.
De Europese strategie strekt zich ook uit tot het dagelijkse betalingsverkeer, want op die markt staat de Europese soevereiniteit al onder druk, zo benadrukt ECB-bestuurder Piero Cipollone in recente speeches. Stablecoins spelen in het retail betalingsverkeer (nog) geen rol van betekenis, maar op die markt worden digitale systemen wel steeds belangrijker - door de steeds kleinere rol die cash inneemt. Digitale betaalsystemen zijn echter voor een groot deel (ook) in handen van Amerikaanse bedrijven. Volgens de ECB wordt bijna tweederde van de card-gebaseerde transacties in het eurogebied uitgevoerd door Visa, Mastercard of PayPal en dat wordt als onwenselijk beschouwd.
Mede daarom werkt de ECB van harte mee aan de integratie van nationale betaalsystemen in een pan-Europees betalingsnetwerk, aldus Cipollone. In februari is een belangrijke stap gezet met het sluiten van een overeenkomst tussen het European Payments Initiative (EPI, van zestien grote banken), dat het systeem rond de digitale portemonnee Wero ontwikkelt, en de EuroPA Alliance, het samenwerkingsverband van nationale betaalapps (zoals Ideal of Bancontact). European Business Magazine schreef naar aanleiding van die overeenkomst: ‘Europe’s 24 trillion dollar breakup with Visa and Mastercard has begun’.
Verdedigingslinie
De steeds kleinere rol van cash is ook een van de sterkste drijfveren van de ECB om te blijven werken aan de komst van de digitale euro. Ook in dat verband is soevereiniteit een argument: zou cash helemaal verdwijnen, dan verliest de centrale bank haar directe verbinding met de ‘gewone burger’ en zou die burger helemaal ‘overgeleverd’ zijn aan ‘marktvaluta’. Geld op bankrekeningen is immers privaat geschapen geld, alleen de reserves die banken aanhouden bij de ECB én contant geld zijn door de centrale bank uitgegeven - en dus door de centrale bank gegarandeerd.
Of de digitale euro (een zogeheten Central Bank Digital Currency, CBDC) er ook echt komt, is afhankelijk van meerdere politieke stappen die nog moeten worden gezet. Eerste uitgiften volgen op z’n vroegst in 2029. De Europese politiek voelt in de meerderheid wel voor een CBDC, in tegenstelling tot de Amerikaanse. President Trump heeft een door centrale banken uit te geven digitale dollar verboden. Hij wil ruim baan geven aan alle particuliere initiatieven op monetair gebied.
De digitale euro is volgens de ECB een van de belangrijkste onderdelen van de verdedigingslinie die moet worden opgetrokken om een dreigende dollarisatie van de Europese economie te voorkomen. Regelgeving zoals vastgelegd in MiCAR is dus het tweede onderdeel, de derde poot is gericht op de private sector: Europese instanties geven aan dat ze van harte de komst en groei van private, digitale euro-betaaloplossingen stimuleren (zoals stablecoins). Die euro-betaaloplossingen moeten immers de concurrentie aangaan met de bestaande dollar-initiatieven.
Whitworth en Bilotta (IAI) stellen dat dit ‘een coherente strategie is’ maar tekenen ook aan dat het een ‘reactieve en beschermende’ strategie is. Ooit was er sprake van dat Europa een first mover wilde zijn op digitaal betaalgebied, maar dat perspectief is verdwenen. Europa zit in de verdediging.
Dollar- en euro-stablecoins
In de wereldhandel heeft de dollar een marktaandeel van 60 procent, de euro een van 20 procent. In stablecoins is die verdeling 99 procent versus nauwelijks 1 procent. Volgens defillama.com heeft de totale markt nu een omvang van 311 miljard dollar. De USDT van Tether neemt daarvan 59 procent voor zijn rekening (184 miljard dollar), de USDC van Circle is nummer 2 met 77 miljard dollar. Circle lanceerde vorig jaar ook een door euro’s gedekte stablecoin, de EURC. Daarvan is nu 393 miljoen euro in omloop.
Het bedrijfsmodel van deze ondernemingen: de klant betaalt een dollar of euro en ontvangt daarvoor een token op zijn stablecoin-rekening in het DLT-ledger. De onderneming moet die dollars of euro’s in reserve houden (zodat de klant op elk moment kan wisselen), maar mag ze wel in bepaalde (liquide) categorieën beleggen. Welke categorieën dat zijn, dat verschilt tussen de VS (Genius Act) en Europa (MiCAR). Europa is wat strenger. Marktleider Tether valt met zijn USDT niet onder de Amerikaanse regelgeving, het bedrijf opereert offshore. Het gevolg: tweederde van Tethers reserves zijn belegd in Amerikaanse staatsobligaties, 10 procent in goud en een kleine 5 procent in bitcoin. In 2025 boekte de onderneming een netto winst van ruim 10 miljard dollar.
Europese toezichthouders is het voorbeeld van Tether een gruwel: ze zien als grootste risico van stablecoins dat ondanks de toezeggingen van uitgevende bedrijven de tokens bij (massaal) opeisen ervan tóch niet 100 procent gedekt blijken te zijn.
In Europa zijn per 23 februari van dit jaar volgens het register dat Esma bijhoudt negentien euro-stablecoins geregistreerd onder de MiCAR. Hun omvang is in globaal perspectief nog verwaarloosbaar. De registraties zijn gedaan in Tsjechië, Duitsland, Denemarken, Finland, Frankrijk (vijf), IJsland, Lithouwen (twee), Luxemburg (twee), Malta (twee), Nederland (twee) en Polen. Midden vorig jaar hebben grote Europese banken - inmiddels zijn het er twaalf, waaronder KBC, ING, Raiffeisen en BNP Paribas - het initiatief genomen voor een gezamenlijke stablecoin, onder de naam Qivalis. Qivalis denkt in tweede helft van 2026 zijn euro-stablecoin te kunnen lanceren.