In een vijfjaars outlook getiteld ‘Expected returns 2014 - 2018’ stelt Robeco dat de rendementen op obligaties en aandelen de komende jaren achter zullen blijven bij de eigen lange termijn raming.
Het rendement op hoogwaardige staatsobligaties schat Robeco aanstaande vijf jaar op 0,5 procent per jaar.
Voor investment grade bedrijfsobligaties verwacht de vermogensbeheerder een rendement van 1,5 procent. Voor high yield is de verwachting 3,5 procent. Voor aandelen wordt een rendement voorzien van 6,75 procent in ontwikkelde markten en van 8,5 procent in opkomende landen.
Kunstmatig lage rente
De voorspelling van het lange termijn obligatierendement is gebaseerd op de aanname dat de arbeidsproductiviteit jaarlijks met 1,75 procent toeneemt. Verder zal de beroepsbevolking in Europa groeien met 0 procent en de inflatie rond de 3 procent bedragen, legt strateeg Peter van der Welle uit in toelichting op de Robeco-website.
Opgeteld geeft dit de lange termijn nominale economische groei, volgens Robeco gelijk aan het obligatierendement. Maar vanwege de ‘veiligheidspremie’ die Robeco schat op 25 basispunten, resteert een rendement van 4,5 procent.
Echter, de wereldeconomie ‘normaliseert’ geleidelijk van de financiële crisis, wijst Van der Welle. Daarmee komt volgens hem een eind aan ‘het tijdperk van kunstmatig laag gehouden rentes’. Ook wordt versnelling van de economie onder meer gehinderd door hoge schulden van de private sector. Dit drukt de obligatierendementen in 2014 - 2018.
Overdreven waarderingen
Voor het rendement op aandelen is de lange termijn voorspelling gebaseerd op 3,5 procent dividendrendement, 1,5 procent dividendgroei en 3 procent inflatie. Opgeteld komt dit op 8 procent voor ontwikkelde aandelenmarkten.
Hier schaaft Robeco voor ontwikkelde markten wat af, omdat ‘de huidige waarderingen soms behoorlijk overdreven’ zijn, met name in de Verenigde Staten, stelt Van der Welle. Voor de opkomende markten ziet Robeco juist een risicopremie die gerealiseerd kan worden. Opkomende landen kunnen een inhaalslag maken ‘op het gebied van factoren als governance, financiële wetgeving, liquiditeit en institutionele degelijkheid’, aldus de strateeg.