De wereldwijde scheepvaart begint merkbaar te vertragen nu brandstofprijzen exploderen en spanningen in de Perzische Golf de sector financieel onder druk zetten. Rederijen laten hun schepen langzamer varen, zoeken extra krediet en twijfelen vaker of een reis nog wel winstgevend te maken is.
Wat begon als een veiligheidsprobleem groeit uit tot een serieuze geldcrisis in de scheepvaartsector.
‘We horen steeds vaker over liquiditeitsproblemen’, zegt William Hogg, analist bij Infospectrum, onderdeel van Lloyd’s List Intelligence. Hij wijst op oplopende margin calls en fors duurdere brandstof.
In de context van duurdere brandstof betekent een margin call dat een rederij of handelaar extra cash moet bijstorten om de stijgende kosten van brandstof en openstaande contracten te dekken. Bedrijven die deze extra liquiditeit niet direct kunnen leveren, riskeren dat ze gedwongen verlies moeten nemen op hun transportactiviteiten.
Brandstofprijzen rijzen de pan uit
De prijs van scheepsbrandstof is sinds het begin van het conflict tussen de VS en Iran met minstens 80 procent gestegen en op belangrijke plekken zoals Singapore en China zelfs meer dan verdubbeld. In Rotterdam ging de prijs van ongeveer 429 dollar per ton begin februari naar circa 784 dollar deze week.
Dat heeft direct effect op het gedrag van rederijen. Veel bedrijven laten hun schepen zo’n 20 procent langzamer varen om brandstof te besparen.
‘Ze hebben geen grip meer op kosten en weten niet of ze wel genoeg brandstof kunnen krijgen’, aldus Hogg in een briefing van Lloyd’s List. ‘Als dat misgaat, draait elke reis op verlies uit.’
Grote spelers redden zich, kleine komen in de knel
De problemen verschuiven steeds meer naar de financiële kant. Grote rederijen regelen extra krediet bij brandstofleveranciers om hun schepen in de vaart te houden. Kleinere spelers hebben het een stuk lastiger en dreigen in de problemen te komen.
Een retourtje Azië-Europa slurpt al snel meer dan 6.000 ton brandstof op. Dat betekent dat grote rederijen honderden miljoenen dollars nodig hebben om hun vloot draaiende te houden.
Tegelijkertijd is het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz vrijwel ingestort. Sinds begin maart zijn er nog maar 105 schepen doorheen gegaan, tegen ongeveer 1.870 in dezelfde periode vorig jaar. Wat nog wel vaart, bestaat vooral uit risicovolle schepen, zoals de zogeheten schaduwvloot en vaartuigen met banden met Iran. De afgelopen dagen had tot 90 procent van deze schepen een link met Iran, aldus Lloyd’s List.
Iraanse route houdt verkeer nét gaande
Er is nog wel een smalle doorgang via het Iraanse eiland Larak, waar schepen eerst gecontroleerd worden voordat ze mogen doorvaren. Maar die route zorgt slechts voor een klein aantal doorgangen, en weer: vooral voor schepen die al banden hebben met Iran. De meeste commerciële scheepvaart blijft weg.
De Straat van Hormuz is dus niet helemaal dicht, maar praktisch alleen toegankelijk voor een selecte groep.
Olieprijzen lopen uiteen
De problemen zijn ook zichtbaar in prijsverschillen op de oliemarkt. De spread tussen de Brent-olieprijs en de Amerikaanse WTI is opgelopen tot zo’n 10 dollar per vat. Dat is een duidelijk signaal dat olie uit het Midden-Oosten lastiger te krijgen is. Brent stijgt door de risico’s op zee, terwijl Amerikaanse olie relatief buiten schot blijft.