Als was het een bedevaartsoord komen elk jaar mei tienduizenden mensen naar de Amerikaanse stad Omaha om ‘superbelegger’ Warren Buffett te horen spreken tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Berkshire Hathaway, het beleggingsvehikel van de 83-jarige miljardair.
Dat Buffett een stadion gevuld krijgt waar de gemiddelde voetbalclub in Nederland jaloers op zou zijn, heeft alles te maken met de beleggingsresultaten die hij al sinds jaar en dag behaalt. Sinds 1965 bedraagt het gemiddeld jaarrendement op zijn beleggingen bijna 20 procent tegen minder dan 10 procent voor de S&P 500-index inclusief dividend.
Zijn ‘geheim’ stoelt op twee principes. Pas als het hem lukt om van een bedrijf een winstprognose te maken voor ten minste vijf jaar, belegt hij in het aandeel. Daarnaast mag het aandeel niet te duur zijn. De rest is volgens hem onbelangrijk.
Op basis van deze simpele wijsheden wordt hij wel de ultieme ‘stock picker’ genoemd.
Maar in tegenstelling tot Buffett, die fors bij de index achterbleef, was 2013 voor veel beleggers die dezelfde aanpak hanteren wel een jaar waarin ze — eindelijk — weer de vruchten konden plukken van hun noeste arbeid.
Draai naar fundamentele markt
Dit kan voor een belangrijk deel worden toegeschreven aan de verschuiving van een sterk macro-gedreven naar een meer fundamentele markt waarin factoren als winstgroei weer de boventoon voeren bij de waardering van aandelen. Een zorgvuldige selectie van aandelen zou dan garant moeten staan voor de outperformance.
Maar of de ware stock pickers zich in 2014 weer in positieve zin zullen onderscheiden, valt nog te bezien.
Portfoliospecialist Andrew Clifton van de Amerikaanse vermogensbeheerder T. Rowe Price, die ruim 500 miljard euro onder beheer heeft, spreekt van een ‘uitzonderlijk’ goed 2013. ‘Vooral recentelijk, sinds de onzekerheid rond de afbouw van het monetaire stimuleringsprogramma in de VS is weggenomen, is de markt voor stock pickers verbeterd. Beleggers schuilen niet langer alleen in defensieve waarden.’
Zelfs na de aandelenrally in de tweede helft van afgelopen jaar ziet Clifton nog genoeg beleggingskansen. ‘Als we kijken naar Europa, dan zijn er zonder problemen nog 200 tot 300 interessante namen te vinden, alleen is de upside nu minder groot.‘
Voorschot
Laurent Dobler (foto), beheerder van het Comgest Growth Europe-fonds, is duidelijk minder positief gestemd. ‘Aandelenbeleggers hebben een voorschot genomen op het economisch herstel. Dit zit verwerkt in de fors op- gelopen koersen. Daardoor zie je nu meer bedrijven die tegenvallende cijfers presenteren hard onderuitgaan op de beurs. Een of twee van die namen in je portefeuille kunnen je performance stevig aantasten. Als stock picker moet je er daar niet te veel van hebben.’
Ook op macro-economisch vlak ziet het plaatje er volgens hem niet zo rooskleurig uit. ‘Opkomende markten hebben het moeilijk, en over het herstel in de VS en Europa is het enthousiasme tanende omdat consumenten en bedrijven nog te weinig spenderen,’ aldus Dobler.
‘De concurrentie op wereldwijde schaal is bovendien nog altijd zeer hevig, waardoor de scepsis ten aanzien van de verwachte winstgroei toeneemt. Het zou kortom wel eens een moeilijker jaar voor stock pickers kunnen worden dan 2013.’
T. Rowe Price ziet de winstgroei bij Europese bedrijven wél volgens verwachting doorkomen en ook wijzen alle macro-indicatoren in Europa de goede richting op. ‘In onze outlook zijn we daarom vrij positief.’
Oog hebben voor het algemene beleggingsklimaat noemt Clifton ‘vanzelfsprekend.’ Net zo goed dat de risico’s binnen de portefeuille nauwkeurig in kaart worden gebracht. ‘Binnen onze Europese aandelenportefeuille met 73 namen wilden we bijvoorbeeld enige tijd geleden een derde Spaanse bank toevoegen, maar dat zou tot een te hoge concentratie van een specifiek risico hebben geleid.’
Kijkend naar de huidige portefeuille is T. Rowe Price het meest overwogen in Spanje, en op sectorniveau in niet- essentiële consumptiegoederen, zoals het modemerk Burberry. ‘Toch zijn de samenstelling en het beleggingsresultaat van de portefeuille hoofdzakelijk het gevolg van onze bottom-upbenadering.’
PEG-ratio
Comgest wil zich zo min mogelijk bezighouden met externe factoren. ‘Veel actieve managers spelen in op kortetermijntrends door bepaalde macro-economische aannames te doen. Dat gaat een paar keer goed tot je er een keer volstrekt naast zit, met mogelijk catastrofale gevolgen,’ zegt Dobler.
‘Ook zou je wellicht tot de historische speech van ECB-president Draghi medio 2012 (“Ik zal alles doen om de euro te redden”) een land als Spanje compleet hebben vermeden, terwijl de daar genoteerde Inditex al vele jaren een van onze meest succesvolle beleggingen is.’
Comgest richt zich daarom uitsluitend op kwalitatieve groeiaandelen, ook omdat die op de lange termijn het hoogste rendement bieden. De aandelen die het selecteert moeten tegen een stootje kunnen. ‘You need the right boat to cross the Atlantic.’
SAP, L’Oréal en H&M zijn volgens de fondsbeheerder goede voorbeelden van bedrijven die zich over de cyclus heen hebben bewezen; ze zitten dan ook al meer dan twintig jaar in de portefeuille. In aandelen uit de mijnbouwsector (‘te afhankelijk van de wereldeconomie’), financials (‘black box’) en autoproducenten (‘geen goede groeivooruitzichten’) zal de fondsboutique nooit beleggen.
De waarderingen van groeiaandelen zijn, ondanks dat beleggers wat te hard van stapel zijn gelopen, nog altijd ‘niet heel hoog,’ zegt Dobler op basis van de zogeheten PEG-ratio (Price/ Earnings to Growth ratio). Deze geeft de verhouding weer tussen de koers-winst en de verwachte winstgroei.
‘Op dit moment geldt voor onze Europese portefeuille een verwachte winstgroei in de dubbele cijfers bij een k/w van 19 à 20. Dit geeft een PEG-ratio van ongeveer 1,8. Zonder de valutaire tegenwind van een sterke euro zou de winstgroei dit jaar wat hoger zijn, waardoor de PEG zelfs onder het historische gemiddelde van 1,5 komt te liggen.’
Lucky hand
Toch moet je je als stock picker vooral ook bewijzen door er een aantal echte winnaars uit te pikken, relativeert Dobler. ’Historisch gezien is 90 procent van de performance afkomstig van slechts 20 procent van de aandelen. Soms heb je ook gewoon een lucky hand nodig.’
Dit artikel is gepubliceerd in het Fondsnieuws-magazine van maart.