Stel je voor: je baas kan precies zien wanneer je achter je bureau zit, hoe laat je aankomt, hoe laat je weggaat en wanneer je luncht. Het klinkt bijna als een nachtmerrie uit een dystopische roman, maar voor driehonderd aandelenanalisten was dit tussen 2017 en 2021 de dagelijkse realiteit.
Amerikaanse onderzoekers kregen namelijk toegang tot de Bloomberg-terminals van deze analisten. Minuut voor minuut zagen ze wanneer iemand inlogde, hoe lang hij/zij actief was, wanneer de stip van groen op geel sprong omdat iemand even koffie ging halen. En toen gebeurde er iets interessants: Covid brak uit.
Plotseling mochten al die analisten die normaal gesproken de halve week op pad waren naar bedrijven, conferenties en etentjes met beleggers, nergens meer naartoe. Ze bleven thuis. Hadden geen Zoom-meetings meer. Namen geen vliegtuigen meer en schudden geen handen meer op de beursvloer. Wat bleek toen? Hun voorspellingen werden plots een stuk slechter.
De analisten die vóór corona het vaakst onderweg waren, zagen hun voorspellingsfouten met bijna 12 procent stijgen. Vooral de voorspelling over bedrijven die ver weg waren, soms wel meer dan 400 kilometer van hun thuisbasis. De conclusie dringt zich daarom op dat al dat gereis, al die face-to-face ontmoetingen, echt iets opleverden. Het bleek geen theater, maar vitale informatie.
Toch heeft het verhaal ook een andere kant. Er was ook een groep analisten die beter ging presteren tijdens de lockdown: analisten met een lange reistijd naar kantoor. Zo was er een analist die normaalgezien drie uur per dag in de metro zat. Deze tijd won hij nu en vertaalde zich in langere werkdagen. De voorspellingen van deze analisten werden significant nauwkeuriger.
Figuur 1: Het aantal minuten dat analisten actief zijn
Het wonderlijke is dat deze twee groepen verschillende dingen doen. De kantooranalisten houden zich bezig met harde cijfers, spreadsheets en financiële modellen. De reizigers verzamelen zachte informatie: wat vindt de CEO echt van de concurrent, hoe denken insiders over de nieuwe strategie, welke zorgen leven er bij klanten. Beiden zijn waardevol, beiden broodnodig.
Nog merkwaardiger wordt het als je kijkt naar wie het schopt tot ‘All-Star’ – een prestigieuze titel waar een salarisstijging van 60 procent bij hoort. Lange werkdagen hielpen daarbij nauwelijks. Maar veel op pad zijn? Dat maakte het verschil. Met name het soort reizen dat níet te koppelen is aan specifieke bedrijfsevenementen. De etentjes dus, de informele ontmoetingen met beleggers die stemmen op die All-Stars.
Hier komt de cynicus in mij naar boven
Die institutionele beleggers – de mensen die uiteindelijk bepalen of je All-Star wordt – blijken dus juist diegene te belonen die tijd in hén investeren. Niet per se analisten met de beste voorspellingen, maar wel degenen die het meeste ‘schmoozen’. De data liegen niet: reizen naar evenementen verbeteren voorspellingen, maar ander reisgedrag voorspelt alleen je carrièresucces.
Wat betekent dit voor de wereld na corona, waarin hybride werken de norm is geworden? Als analisten vaker thuiswerken, presteren ze misschien beter op korte termijn. Maar verliezen ze het contact dat hun carrière kan maken? En wat als bedrijven straks minder fysieke evenementen organiseren? Dan verdwijnt precies die bron van informatie die voorspellingen nét wat scherper maakt.
De les? Sommige dingen gebeuren nou eenmaal alleen als je naar mensen toegaat. Dat geldt niet alleen voor analisten, maar eigenlijk voor ons allemaal. Je kunt nog zoveel video-bellen, Slacken en mailen, bepaalde informatie krijg je alleen als je iemand in de ogen kijkt. De vraag is of we dat na drie jaar Zoom nog wel weten.
Gertjan Verdickt is assistent professor in Finance bij de University of Auckland en columnist bij Investment Officer.