Donald Trump presenteert zichzelf graag als een leider die zich laat leiden door instinct en persoonlijke overtuiging. Internationale verdragen, diplomatieke tradities en gevestigde normen zijn in zijn optiek slechts suggesties die hij naar believen kan negeren. Deze houding vormt de kern van zijn politieke identiteit: Amerika eerst, en wat Trump vindt dat goed is voor Amerika, dat gebeurt.
Het is een simpel narratief dat aanslaat bij een aanzienlijk deel van het Amerikaanse electoraat. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger dan dit zelfbeeld doet vermoeden. De echte grenzen van Trumps macht worden namelijk niet bepaald door zijn eigen morele kompas, maar door drie krachten die hij niet kan controleren: de rechter, de kiezer en de obligatiemarkt.
Komende week dreigt deze realiteit zich opnieuw op te dringen. De federale overheid staat aan de vooravond van weer een mogelijke shutdown, ditmaal over de financiering van ICE, de immigratie- en douanedienst. De kansen op zo’n shutdown zijn flink gestegen nu Republikeinse hardliners en gematigden tegenover elkaar staan. Trump eist maximale middelen voor zijn prioriteiten, maar moet uiteindelijk laveren tussen verschillende facties binnen zijn eigen partij en een Congres dat zijn eigen dynamiek kent. Een shutdown zou niet alleen het dagelijks functioneren van de overheid verstoren, maar ook het vertrouwen in het Amerikaanse bestuurlijke vermogen verder ondermijnen.
Tegelijkertijd speelt zich een juridisch gevecht af dat vragen oproept over de grenzen van presidentiële macht. Bij het Hooggerechtshof liggen meerdere zaken die direct raken aan Trumps beleid. De grondwettelijkheid van de wederkerige importheffingen staat ter discussie, een zaak die het hele tarievenbeleid op losse schroeven kan zetten.
Daarnaast loopt er een zaak tegen Fed-gouverneur Lisa Cook, waarin de vraag centraal staat of een president naar believen onafhankelijke toezichthouders kan ontslaan. Zelfs een conservatief Hooggerechtshof, waarvan Trump drie leden heeft benoemd, kan besluiten dat bepaalde acties de constitutionele grenzen overschrijden. De rechtsstaat is taaier dan veel critici vrezen, al duurt het soms lang voordat zij haar werk doet.
De kiezer spreekt zich dit najaar uit tijdens de tussentijdse verkiezingen. Historisch gezien zijn midterms zelden vriendelijk voor de zittende president. Maar er zijn signalen dat de onvoorspelbaarheid van Trumps beleid ook onder Republikeinse kiezers vraagtekens oproept. De chaos rond tarieven, de diplomatieke spanningen met bondgenoten en de voortdurende bestuurlijke turbulentie beginnen hun tol te eisen. Hoewel de Democraten worstelen met hun eigen koers, kan een verschuiving in het Congres Trumps bewegingsruimte aanzienlijk inperken. De kiezer is uiteindelijk de ultieme arbiter in een democratie, hoe imperfect het systeem ook functioneert.
Maar misschien wel de meest directe rem op Trumps beleid komt van de obligatiemarkt. Trump meet zijn succes openlijk af aan de prestaties van de financiële markten. Een stijgende beurs is voor hem bewijs van geslaagd beleid, een dalende beurs een signaal dat bijsturing nodig is. Deze zelfgekozen maatstaf maakt hem kwetsbaar voor de grillen van beleggers wereldwijd. En die beleggers worden nerveus. Het internationale geopolitieke optreden van de Verenigde Staten, van handelsoorlogen tot onvoorspelbare allianties, dreigt een koopstaking te veroorzaken voor Amerikaanse staatsobligaties. China, Japan en andere grote houders van Amerikaans schuldpapier heroverwegen hun posities. Als de vraag naar Treasuries afneemt, stijgen de rentes, en daarmee de financieringskosten voor de Amerikaanse overheid en economie.
De recente spanningen met Canada illustreren dit mechanisme. Terwijl Trump blijft hameren op nieuwe tarieven voor Canadese goederen, herijken Canadese officials hun handelsrelaties en kijken nadrukkelijker naar China als alternatieve partner. Handelsoorlogen isoleren niet alleen de tegenstander, maar ook de agressor. De wereld reorganiseert zich, langzaam maar zeker, rond een Amerika dat niet langer als betrouwbare partner wordt gezien. Die reorganisatie heeft een prijs, en die prijs wordt zichtbaar in de obligatiekoersen.
Het fascinerende aan Trump is dat hij deze dynamiek op een bepaald niveau begrijpt. Zijn plotselinge beleidswijzigingen, de tarieven die worden aangekondigd en vervolgens uitgesteld, de dreigementen die worden ingetrokken, ze zijn vaak reacties op marktsignalen. De president die beweert zich niets aan te trekken van externe druk, blijkt uiterst gevoelig voor de koersen op Wall Street. De man die zich presenteert als ongebonden leider, is in werkelijkheid gebonden aan de oordelen van rechters, kiezers en obligatiehandelaren.
Hier raakt Trump aan een universele waarheid die hij als vastgoedontwikkelaar zou moeten kennen: mensen met schulden beslissen uiteindelijk niet meer zelf over hun toekomst. De Verenigde Staten torsen een staatsschuld van meer dan 36.000 miljard dollar, en die oplopende schuld moet voortdurend worden geherfinancierd. Dat betekent dat Amerika afhankelijk is van de bereidheid van binnenlandse en buitenlandse beleggers om die schuld te blijven kopen. Zodra die bereidheid afneemt, stijgen de rentes en krimpt de budgettaire ruimte.
Een president kan dan wel grote plannen hebben voor belastingverlagingen of defensie-uitgaven, maar als de markt het vertrouwen verliest, verdampen die plannen in de hitte van stijgende rentelasten. De schuldeiser dicteert uiteindelijk de voorwaarden.
Han Dieperink is chief investment officer bij Auréus Vermogensbeheer. Hij was eerder in zijn loopbaan chief investment officer van Rabobank en Schretlen & Co.