Han Dieperink
Han Dieperink

Corporate governance is een van die onderwerpen die beleggers graag naar de achtergrond schuiven zolang de koersen stijgen. Toch is de kwaliteit van ondernemingsbestuur een van de meest bepalende factoren voor de langetermijnwaardering van een aandelenmarkt.

Landen die de bescherming van minderheidsaandeelhouders versterken, de kapitaalallocatie verbeteren en het bestuur transparanter maken, worden beloond met hogere waarderingen. Landen die de tegenovergestelde richting inslaan, betalen daar uiteindelijk een prijs voor. Op dit moment voltrekken zich in de wereld twee tegengestelde bewegingen: de Verenigde Staten breken systematisch governance-structuren af, terwijl in Azië (onder andere Japan en Zuid-Korea) ze juist opbouwen.

De zogenoemde Korea-discount is daar het bekendste voorbeeld van. Zuid-Koreaanse bedrijven handelden jarenlang met een forse korting ten opzichte van internationale vergelijkbare ondernemingen, grotendeels omdat het land werd gedomineerd door chaebols, ondoorzichtige familieconglomeraten die de belangen van minderheidsaandeelhouders stelselmatig achterstellen ten gunste van de controlerende families. Het bestaan van kruislingse aandelenbelangen, het oppotten van eigen aandelen als machtsinstrument en het ontbreken van een echte zorgplicht van bestuurders jegens alle aandeelhouders drukten de waardering structureel.

Japan kende een vergelijkbaar fenomeen. Decennialang hielden Japanse bedrijven enorme kasposities aan, subsidieerden onrendabele divisies en beschermden zittende bestuurders via kruislingse aandelenbelangen. Het rendement op eigen vermogen bleef daardoor structureel achter bij dat van Amerikaanse en Europese bedrijven.

Transformatie in Azië

Daarom is het zo opmerkelijk wat er nu in Azië gebeurt. Japan is dankzij Abenomics al langer bezig met governance-hervormingen, maar 2025 was het jaar waarin deze transformatie ook in de praktijk werd gebracht. De Tokyo Stock Exchange publiceerde lijsten van bedrijven die actief werk maken van kapitaalefficiëntie en aandeelhouderswaarde. Kruislingse aandelenbelangen zijn gehalveerd van meer dan 60 procent in 1990 naar circa 25 procent. Mede daardoor kan het Japanse rendement op eigen vermogen in 2030 de 13 procent bereiken, een ambitieuze maar niet langer onrealistische doelstelling. 

Over twee maanden worden de herzieningen van de Japanse Corporate Governance Code verwacht, die samen met aanpassingen van de Companies Act de bescherming van minderheidsaandeelhouders verder moeten versterken.

Zuid-Korea volgt in de voetsporen van Japan, maar gaat op bepaalde punten zelfs verder. Het Corporate Value-Up Program, gelanceerd in 2024, heeft in korte tijd opmerkelijke tractie gekregen. In maart 2025 werd de Commercial Act gewijzigd om expliciet vast te leggen dat bestuurders een zorgplicht hebben jegens alle aandeelhouders, een maatregel gericht op het doorbreken van de chaebol-cultuur. December vorig jaar verlaagde het parlement het belastingtarief op dividendinkomsten van 45 naar 14 tot 30 procent, om hogere uitkeringen te stimuleren. In februari van dit jaar ging de overheid nog een stap verder door bedrijven te verplichten Value-Up-plannen te publiceren als voorwaarde voor belastingvoordelen. Ook keurde het parlement een wet goed die bedrijven verplicht om ingekochte eigen aandelen in te trekken, waarmee een mechanisme werd geëlimineerd dat chaebol-families gebruikten om met minimale directe belangen toch de controle te behouden. Binnenkort wordt cumulatief stemrecht verplicht voor grote beursgenoteerde bedrijven, waardoor minderheidsaandeelhouders een realistischer kans krijgen op bestuursvertegenwoordiging.

Het resultaat spreekt voor zich. De Korea Value-Up Index is sinds de introductie in september 2024 met meer dan 130 procent gestegen, buitenlandse beleggersparticipatie is bijna verdubbeld en de KOSPI-index doorbrak begin 2026 voor het eerst de grens van 5.500 punten. Waar Japan leunt op een vrijwillige governance-code, zet Zuid-Korea nadrukkelijker in op bindende wetgeving.

Tegengestelde richting in Verenigde Staten

Aan de andere kant van de Pacific bewegen de Verenigde Staten in de tegenovergestelde richting. Onder de tweede termijn van president Trump wordt het governance-raamwerk systematisch afgebouwd. De SEC, nu geleid door voorzitter Paul Atkins, heeft de klimaatrapportageregel opgegeven zonder deze formeel in te trekken. De in december 2024 door het Fifth Circuit ongeldig verklaarde Nasdaq-boarddiversiteitsregel wordt niet vervangen. Het materialiteitsbegrip bij aandeelhoudersvoorstellen onder Rule 14a-8 is verenigd, waardoor bedrijven voorstellen over klimaatdoelstellingen en diversiteitsbeleid vrijwel standaard mogen uitsluiten. De macht van proxy-adviesbureaus ISS en Glass Lewis wordt ingeperkt via Executive Order 14366, die de SEC opdraagt ESG- en DEI-mandaten uit het stemadviessysteem te verwijderen. In de praktijk betekent dit dat aandeelhouders minder instrumenten hebben om besturen ter verantwoording te roepen.

Misschien nog veelzeggender is het pauzeren van de handhaving van de Foreign Corrupt Practices Act. Via een executive order van februari 2025 werd het Department of Justice opgedragen om alle nieuwe FCPA-onderzoeken en handhavingsacties stil te leggen. De FCPA, sinds 1977 de ruggengraat van de Amerikaanse anticorruptiehandhaving, is niet ingetrokken maar wordt feitelijk niet meer gehandhaafd. Juridische experts waarschuwen dat dit het compliance-bewustzijn binnen bedrijven ondermijnt en bredere governance-risico’s vergroot, van insiderhandel tot verduistering. Het signaal dat de overheid uitzendt is dat handhaving een obstakel is voor concurrentievermogen in plaats van een fundament voor betrouwbare markten.

Basis voor fundamentele herwaardering

Corporate governance is geen saaie bijzaak maar een direct bepalende factor voor kapitaalkosten, rendement op eigen vermogen en uiteindelijk waardering. Wanneer bestuurders verantwoording moeten afleggen aan alle aandeelhouders, wanneer kruisbelangen worden afgebouwd en wanneer overtollig kapitaal wordt teruggesluisd naar eigenaars, stijgt de intrinsieke waarde van een onderneming structureel. De verbeteringen in Japan en Zuid-Korea zijn de basis voor een fundamentele herwaardering van de relatie tussen bedrijf en aandeelhouder.

Europa neemt in dit verhaal een middenpositie in. De Corporate Sustainability Reporting Directive dwingt transparantie af, maar de vraag is of Europese regelgeving niet te zwaar leunt op rapportageverplichtingen en te weinig op de harde kern van bestuurskwaliteit en kapitaalallocatie.

In een wereld vol geopolitieke onzekerheid, handelsconflicten en macro-economische volatiliteit zijn governance-verbeteringen een van de weinige factoren die bedrijven zelf in de hand hebben. Japanse en Zuid-Koreaanse aandelen bieden herwaarderingspotentieel dat minder afhankelijk is van externe omstandigheden en meer van interne discipline. De Amerikaanse deregulering mag op korte termijn de compliance-kosten voor bedrijven verlagen, maar ondermijnt op langere termijn het vertrouwen van beleggers in de institutionele kwaliteit van de markt. En vertrouwen is uiteindelijk de meest waardevolle valuta op de kapitaalmarkten.

Han Dieperink is chief investment officer bij Auréus Vermogensbeheer. Hij was eerder in zijn loopbaan chief investment officer van Rabobank en Schretlen & Co.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Column
FD Article
No