Han Dieperink
Han Dieperink

Binnen honderd uur troffen Amerikaanse en Israëlische strijdkrachten bijna 2.000 doelen in Iran. Ayatollah Khamenei en tientallen topfunctionarissen werden gedood. Het is de grootste Amerikaanse militaire operatie in het Midden-Oosten sinds 2003. De eerste beursreactie was opmerkelijk lauw, maar de olieprijs vertelt een ander verhaal.

Een vat Brent-olie steeg vorige week van 67 dollar naar ruim 92 dollar per vat, de grootste weekstijging in de geschiedenis van deze future. Begin deze week steeg de olieprijs tot boven de symbolische 100 dollar per vat. De Straat van Hormuz, even breed als het Nauw van Calais en goed voor een vijfde van de wereldwijde olie- en lng-aanvoer, is effectief gesloten. Niet door een formele blokkade, maar door vluchtende verzekeraars en reders. Irak heeft 1,5 miljoen vaten per dag stilgelegd, Koeweit kort op de productie en Qatar heeft overmacht afgekondigd op gasexport.

Vier scenario’s

Het meest waarschijnlijke scenario is dat het regime grotendeels wordt ontwapend, maar blijft zitten. De interne onrust in Iran, die tot voor kort in twee dagen tijd 36.500 doden heeft gekost, blijft onder de nieuwe opperste leider Mojtaba Khamenei. 

Het tweede scenario is een ineenstorting van de Islamitische Republiek, gevolgd door een overgang naar pro-Amerikaans bestuur. Zo’n revolutie wordt nu nog gezien als onmogelijk, maar zal daarna worden gezien als onvermijdelijk. Het regime mag dan sterk en stabiel zijn, iedere crisis die je kunt bedenken, doet zich voor in Iran. Veel Iraniërs hebben niets te verliezen.

Een derde scenario is dat het resterende leiderschap een commerciële deal sluit met de VS, vergelijkbaar met wat in Venezuela is gebeurd. Een staakt-het-vuren zonder deal heeft een veel kleinere kans, maar wordt waarschijnlijker naarmate het conflict langer duurt en de Amerikaanse beurs onder druk komt. 

Het minst waarschijnlijke scenario is dat Rusland of China Iran militair te hulp schieten. Rusland heeft beperkte capaciteit en China heeft diepe handelsrelaties met Irans rivalen in de Golf.

Grote kans op de-escalatie

Wat opvalt aan deze scenario’s is dat in vier van de vijf gevallen het conflict binnen afzienbare tijd wordt ingedamd. De kans op een of andere vorm van de-escalatie is groot. Dat is geen toeval, maar het gevolg van rationele prikkels aan alle kanten. Voor de VS lopen de kosten razendsnel op. Een uur vliegen met een F-35 kost 45.000 dollar. Het onderscheppen van een Iraanse drone van 30.000 dollar met een Patriot-raket van 4 miljoen is een asymmetrie die onhoudbaar is bij een langdurig conflict. De Amerikaanse oorlogskosten worden nu al geschat op 100 miljard euro. Bovendien keurt 60 procent van de Amerikanen de militaire actie af en is de benzineprijs al fors gestegen.

Voor Iran is de situatie nog nijpender. Het leiderschap is gedecimeerd, de economie was al fragiel met inflatie boven de 40 procent, en de bevolking is het regime al jaren vijandig gezind. Zelfs voor China en Rusland is escalatie irrationeel. Beiden hebben meer te verliezen dan te winnen bij een verstoorde olieaanvoer vanuit de Golf.

Verschuivend leiderschap

Onder het oppervlak van de markt was al vóór het conflict een sectorrotatie gaande. Het leiderschap verschoof van de Magnificent 7 naar waarde, dividend, smallcaps en defensieve sectoren. De oorlog draait die beweging om, software-aandelen herstellen. Historisch gezien leidden olieschokken alleen tot beurscorrecties van meer dan 15 procent als er aan minstens één van de volgende drie voorwaarden is voldaan: een prijsstijging van 50 tot 100 procent die maanden aanhoudt, een economie die richting recessie beweegt, of een scherpe verkrapping door de centrale bank. 

Concreet: voor serieuze schade aan de Amerikaanse economie zou WTI richting de 140 dollar per vat moeten stijgen en daar ook meerdere kwartalen moeten blijven. Op dit moment is dat niet waarschijnlijk, de andere voorwaarden net zo min - mits het conflict niet escaleert. De prikkels wijzen richting het omgekeerde. Voor Europa en Azië, die zwaarder worden getroffen door hogere energiekosten, is het beeld minder rooskleurig.

Beurs bestraft onzekerheid

Wie de geschiedenis van geopolitieke schokken en aandelenmarkten bestudeert, ziet een opmerkelijk consistent patroon. De S&P500 behaalt historisch gemiddeld 12 procent rendement in het jaar na grote geopolitieke crises. Na de Iraakse invasie van Koeweit in 1990 verloor de S&P500 16 procent in drie maanden, maar stond deze zes maanden later alweer hoger. Zelfs na 11 september 2001 herstelde de markt binnen vijf weken tot het niveau van vóór de aanval.

Het patroon is steeds hetzelfde: een scherpe daling gedreven door onzekerheid, gevolgd door herstel zodra de contouren van de uitkomst zichtbaar worden. De beurs bestraft geopolitieke conflicten niet, ze bestraft onzekerheid. Zodra die afneemt, keert het kapitaal terug. Dat is precies waarom de-escalatie niet alleen het meest waarschijnlijkse scenario is, maar ook het scenario dat grotendeels in de koersen wordt verwerkt zodra de eerste paniek wegebt.

De-escalatie is het meest waarschijnlijke scenario, maar ‘waarschijnlijk’ is niet hetzelfde als ‘zeker’. Iran beschikt met de Revolutionaire Garde over 125.000 beroepsmilitairen en een paramilitair netwerk van 10 miljoen geregistreerde vrijwilligers dat in vrijwel elke stad en universiteit aanwezig is. Er is geen georganiseerde oppositie die klaarstaat om de macht over te nemen. Een snelle, nette afloop is daarmee niet gegarandeerd. De oorlog in Iran is dodelijk serieus. Maar de rationele uitkomst is de-escalatie, en op de langere termijn volgen markten de ratio.

Han Dieperink is chief investment officer bij Auréus Vermogensbeheer. Hij was eerder in zijn loopbaan chief investment officer van Rabobank en Schretlen & Co.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Column
FD Article
No