Han Dieperink
Han Dieperink

De wereld elektrificeerde al in hoog tempo. Maar twee ontwikkelingen zorgen ervoor dat dit proces nu in een stroomversnelling raakt die nog maar een paar jaar geleden ondenkbaar leek.

Enerzijds dwingt het militaire conflict met Iran Europa tot een fundamentele heroverweging van zijn energievoorziening. Anderzijds vreet kunstmatige intelligentie zoveel stroom dat er een geheel nieuwe infrastructuur nodig is om aan de vraag te voldoen. Beide krachten wijzen dezelfde kant op: meer elektriciteit, sneller gebouwd, en bij voorkeur schoon.

Iran en de Europese kwetsbaarheid

Het escalerende conflict in het Midden-Oosten legt een pijnlijke waarheid bloot. Europa is na decennia van goedkope fossiele import nog altijd kwetsbaar voor verstoringen in de mondiale energietoevoer. De olieprijsstijging die het gevolg is van de spanningen rond de Straat van Hormuz raakt niet alleen de pomp, maar het gehele Europese concurrentievermogen. Dat maakt de urgentie om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen groter dan ooit.

Europese beleidsmakers trekken nu de parallel met de gascrisis van 2022. Destijds werd in recordtempo de LNG-infrastructuur uit de grond gestampt. Russisch gas werd ingeruild voor onder andere gas uit Qatar, van de regen in de drup. Nu verschuift de aandacht naar structurele oplossingen: meer hernieuwbare opwekking, betere netwerken en grootschalige energieopslag. Elektrificatie is daarmee niet langer alleen een klimaatverhaal, maar een strategisch veiligheidsvraagstuk.

AI als stroomvreter

Tegelijkertijd speelt zich een tweede revolutie af die de vraag naar elektriciteit nog veel verder opdrijft. Kunstmatige intelligentie wordt doorgaans gemeten in rekenkracht of parameters, maar de werkelijke maatstaf is vermogen. Datacentra zijn buitengewoon energie-intensief en de bouw van nieuwe faciliteiten versnelt wereldwijd in een ongekend tempo.

Een ervaren belegger in schone energie verwoordde het onlangs treffend: kunstmatige intelligentie wordt niet gemeten in bytes, maar in megawatt, gigawatt en terawatt. De reden is simpel. Een gascentrale heeft zes tot acht jaar nodig om operationeel te worden. Bij kernenergie loopt dat op tot twaalf jaar. Zonne- en windparken gecombineerd met energieopslag staan er binnen achttien maanden. Het is dan ook geen verrassing dat vrijwel alle nieuwe opwekcapaciteit in de Verenigde Staten vorig jaar uit hernieuwbare bronnen kwam.

De economie als doorslaggevend argument

Wat deze ontwikkeling zo krachtig maakt, is dat ze niet afhankelijk is van subsidies of politieke welwillendheid. Zonne- en windenergie zijn inmiddels structureel goedkoper dan kolen en gas. Die economische logica was al vóór de Iran-crisis duidelijk, maar wordt door stijgende fossiele energieprijzen alleen maar sterker. Hoe hoger de olieprijs, hoe aantrekkelijker het alternatief.

Daarbij vervult de prijs een belangrijke signaalfunctie: een hoge olieprijs versnelt niet alleen de overstap naar hernieuwbare energie, maar maakt ook investeringen in opslagtechnologie, netinfrastructuur en elektrificatie van transport eerder rendabel. Wat begon als een klimaatgedreven transitie wordt zo steeds meer een puur economisch verhaal, waarin de markt het werk doet dat beleidsmakers jarenlang met regelgeving probeerden af te dwingen.

De wereldwijde vraag naar stroom is de afgelopen vier jaar harder gegroeid dan ooit eerder gemeten. Na twintig jaar waarin energiebesparing de groei van het verbruik grotendeels compenseerde, is er nu sprake van een trendbreuk. Bredere elektrificatie van transport, gebouwen en industrie, gecombineerd met de explosieve groei van digitale infrastructuur zorgt voor een structureel tekort aan opwekcapaciteit. Dat tekort vertaalt zich in stijgende stroomprijzen, zowel in de Verenigde Staten als in Europa.

Wat dit betekent voor beleggers

Voor beleggers is de combinatie van geopolitieke urgentie en technologische vraag een krachtig signaal. Schone energie was in 2025 al een van de best presterende beleggingsthema’s en die trend zet zich in 2026 versterkt door. Het gaat daarbij niet alleen om de producenten van zonnepanelen en windturbines, maar ook om de bedrijven die de onderliggende infrastructuur bouwen en beheren: slimme netwerken, energieopslag en logistieke ketens.

In vergelijking met de defensie-industrie biedt de energietransitie een aanzienlijk aantrekkelijker langetermijnprofiel. De defensiesector kent gelukkig voor de samenleving een sterk cyclisch karakter. Op dit moment stijgen de uitgaven wereldwijd en zijn de waarderingen van wapenproducenten torenhoog, maar de geschiedenis leert dat defensiebudgetten na het tekenen van een vredesakkoord snel en fors dalen. Beleggers die op de piek instappen, betalen dan een hoofdprijs voor een cyclisch hoogtepunt.

Daar komt bij dat oorlogen weliswaar worden begonnen met de wapens van de vorige oorlog, maar gewonnen met nieuwe, innovatieve en tegenwoordig vooral goedkopere wapens. De gevestigde defensiebedrijven met hun dure, traditionele wapensystemen zijn daarmee niet per definitie de winnaars van het volgende conflict. De energietransitie daarentegen wordt gedreven door een structurele en onomkeerbare verschuiving: dalende kosten van hernieuwbare energie, toenemende elektrificatie en groeiende energieonafhankelijkheid. Dat maakt het een seculier groeiverhaal in plaats van een cyclische gok op geopolitieke spanningen.

Geen keuze, maar noodzaak

Elektrificatie is geen politieke keuze meer, maar een economische en strategische noodzaak die vanuit twee richtingen tegelijk wordt aangejaagd. Het Iran-conflict herinnert Europa eraan hoe kwetsbaar de afhankelijkheid van fossiele import het maakt. De opkomst van AI creëert een energiehonger die met conventionele bronnen simpelweg niet snel genoeg gestild kan worden. Samen vormen ze een seculiere trend die de komende jaren alleen maar aan kracht zal winnen.

Han Dieperink is chief investment officer bij Auréus Vermogensbeheer. Hij was eerder in zijn loopbaan chief investment officer van Rabobank en Schretlen & Co.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Column
FD Article
No