De eerste beursdag van 2026 liet er geen gras over groeien. Terwijl menig belegger nog bijkwam van de champagne, schoten chipfondsen wereldwijd omhoog en zetten nieuwe records neer.
Taiwan Semiconductor en Nanya Technology bereikten in Taipei all-time highs, Samsung en SK Hynix deden hetzelfde in Seoel. De directe aanleiding: optimistische verwachtingen rond AI-vraag, sterker dan verwachte chipexportcijfers uit Korea, en PMI-data die wezen op hernieuwde industriële groei in Zuid-Korea en Taiwan. De semiconductorsupercyclus zet onverminderd door.
De term ‘supercyclus’ verdient toelichting, want zij staat haaks op de gangbare classificatie van chipmakers als cyclische aandelen. Traditioneel bewogen halfgeleiderbedrijven mee met de economische conjunctuur: vraag stijgt in goede tijden, klapt in elkaar tijdens recessies.
Die vraag was vooral afhankelijk van de PC-cyclus en later de mobiele telefooncyclus. De voorraadcycli waren berucht, de winstschommelingen spectaculair. Toeleverende bedrijven naar deze kapitaalintensieve sector waren zo mogelijk nog cyclischer. Deze bedrijven konden jarenlang geld verliezen, om in een enkel jaar spectaculaire winsten te boeken. Beleggers leerden om deze aandelen te kopen op de dip, en te verkopen bij de piek. Dat draaiboek was simpel en decennialang succesvol.
Chips zijn het nieuwe staal
Maar chips zijn niet langer discretionaire consumentenproducten. Ze vormen de kritieke infrastructuur van de wereldeconomie. Dat is precies de transitie die we momenteel meemaken. Kunstmatige intelligentie, cloud computing, elektrificatie van transport, automatisering van industrie en de digitalisering van vrijwel elke sector, zelfs inclusief defensie, hebben halfgeleiders getransformeerd van cyclisch product naar structurele groeikern. De chip is het nieuwe staal, de nieuwe olie, onmisbaar voor economische vooruitgang.
De cijfers van nieuwjaarsdag onderstrepen dit fenomeen. SK Hynix bereikte voor het eerst sinds eind jaren negentig een all-time high. Het bedrijf zat decennia gevangen in brutale boom-bust cycli, maar is definitief uit dit patroon gebroken. High Bandwidth Memory, de gespecialiseerde geheugenchips die AI-servers laten functioneren. Zonder HBM geen ChatGPT, geen Gemini, geen Claude. Samsung en SK Hynix verlengen hun HBM3E-contracten tegen significant hogere prijzen, terwijl nieuwe klanten een nog hoger tarief betalen. Dat door de structurele schaarste in een markt waar vraag en aanbod fundamenteel uit balans zijn.
Drie factoren supercyclus
Waarom kan deze supercyclus nog veel langer aanhouden? Drie factoren springen in het oog.
Ten eerste staan we nog aan het prille begin van de AI-adoptiecurve. De huidige vraag komt grotendeels van hyperscalers die hun modellen trainen: Microsoft, Google, Amazon en Meta bouwen hun rekenkracht exponentieel uit. Maar training is slechts de eerste fase. De volgende golf: inferentie, het daadwerkelijk draaien van AI-modellen in productie voor honderden miljoenen gebruikers zal nog omvangrijker zijn. Elk verzoek aan een chatbot, elke AI-gegenereerde afbeelding, elke slim zoekresultaat vergt processorkracht.
Daarna volgt edge AI: smartphones die lokaal AI draaien, autonome voertuigen die real-time beslissingen nemen, industriële robots die zonder cloudverbinding opereren. Elke fase vergt andere chips, maar allemaal vergen ze vooral meer chips. En na edge AI wacht de volgende horizon: AI-agenten die zelfstandig taken uitvoeren en onderling communiceren. De vraagcurve buigt voorlopig niet af, zij versteilt.
Ten tweede is de capaciteitsuitbreiding inherent traag en extreem kostbaar. Een geavanceerde chipfabriek kost 30 tot 50 miljard dollar en vereist vier tot vijf jaar bouwtijd. De bottleneck zit bij ASML, het Nederlandse bedrijf dat als enige ter wereld de extreme ultraviolet lithografiemachines produceert die nodig zijn voor de meest geavanceerde chips. Elke machine kost meer dan 350 miljoen euro, weegt 150 ton, en wordt in beperkte aantallen geproduceerd. TSMC, Samsung en Intel hebben wachtlijsten.
Zelfs met recordinvesteringen groeit de productiecapaciteit langzamer dan de vraag. Het duurt jaren voordat nieuwe fabrieken operationeel zijn, en tegen die tijd is de vraag weer verder gestegen. Deze structurele mismatch ondersteunt de prijzen en marges voor de komende jaren. Overcapaciteit, de traditionele doodsteek voor chipcycli, is voorlopig niet in zicht.
Ten derde verschuift de geopolitiek de speelvelden permanent. De Verenigde Staten hebben Chinese toegang tot geavanceerde chips en chipapparatuur drastisch beperkt. China investeert honderden miljarden in eigen productiecapaciteit om die afhankelijkheid te doorbreken, met wisselend succes maar onverminderde urgentie. Europa probeert strategische autonomie op te bouwen en trekt Intel naar Duitsland. Japan herontdekt zijn halfgeleiderambitie met het Rapidus-project.
Dit fragmenteert de wereldmarkt en creëert parallelle vraagcurves. Waar voorheen één geglobaliseerde waardeketen volstond, bouwen nu meerdere economische blokken hun eigen infrastructuur. Duplicatie van capaciteit betekent meer vraag naar apparatuur, meer vraag naar grondstoffen, meer vraag naar talent en hogere prijzen over de hele linie.
Behandel semiconductors niet langer als cyclische aandelen, maar als structurele kern van de portefeuille. De volatiliteit zal blijven, kwartaalcijfers en voorraadniveaus zorgen altijd voor schommelingen, maar de onderliggende trend wijst maar één kant op. De digitale economie rust op silicium, en de vraag naar dat silicium zal de komende jaren alleen maar toenemen. De semiconductorsupercyclus is geen hype en geen bubbel. Het is de nieuwe werkelijkheid van de technologiemarkt, en 2026 belooft het volgende hoofdstuk te worden.
Han Dieperink is chief investment officer bij Auréus Vermogensbeheer. Hij was eerder in zijn loopbaan chief investment officer van Rabobank en Schretlen & Co.