Han Dieperink
Han Dieperink

Nood breekt wet, maar zij breekt ook bestaande patronen, paradigma’s en zorgt voor innovatie. Noodzaak is immers de moeder van de uitvinding. Niet uit overvloed of nieuwsgierigheid, maar door omstandigheden waardoor uitstel niet mogelijk is.

Oorlogen zijn in dat opzicht de meest meedogenloze vorm van noodzaak die de mensheid kent. Wie verliest, verdwijnt. Die existentiële druk produceert iets wat geen innovatieprogramma ooit heeft weten na te bootsen. Namelijk de absolute bereidheid om alles op alles te zetten, zonder tijdshorizon, zonder rendementsvereiste.

Elke oorlog begint met de wapens van de vorige. De cavalerie die in 1914 Europa binnenreed, was uitgerust met de mentaliteit van Waterloo. Binnen vier jaar had de loopgraaf de tank uitgevonden, had het vliegtuig zijn militaire roeping gevonden en had de blokkade de onderzeeër tot strategisch instrument gemaakt. Niet omdat ingenieurs plotseling slimmer waren geworden, maar omdat de consequentie van stilstand de dood was. Noodzaak comprimeerde decennia van technologische ontwikkeling tot maanden.

De Tweede Wereldoorlog versnelde dit patroon. Radar, straalaandrijving, de eerste programmeerbare computer, penicilline op industriële schaal, de eerste gestructureerde operationele research. Zij kwamen niet voort uit nieuwsgierigheid, maar uit paniek. De geallieerden kraakten de Enigmacode, omdat de Atlantische konvooien anders ten onder gingen. De Amerikanen bouwden de atoombom, omdat zij vreesden dat de Duitsers hen voor zouden zijn. De urgentie was niet kunstmatig, zij was dodelijk en reëel.

De Koude Oorlog die volgde, bewees dat de dynamiek niet stopt wanneer het schieten ophoudt. De Koreaanse Oorlog, het eerste hete conflict van dat tijdperk, liet zien hoe verkeerde aannames over de tegenstander de uitkomst bepalen. Generaal MacArthur schatte in dat China te verzwakt was om in te grijpen na een uitputtende burgeroorlog. Mao koos niettemin voor interventie, omdat een Amerikaanse bondgenoot aan zijn grens een existentiële dreiging vormde. Oorlogen worden niet alleen gewonnen door technologische overmacht, maar ook door de bereidheid van de tegenstander om kosten te absorberen die de aanvaller niet had voorzien. Die bereidheid genereert haar eigen improvisaties, haar eigen innovaties, haar eigen verrassingen.

Het tegenargument luidt dat vredestijd ook zijn eigen innovaties heeft voortgebracht. Maar ook dan is er vaak wel sprake van militaire noodzaak. Het internet groeide uit Arpanet, een militair communicatieproject bedoeld om een kernoorlog te overleven. GPS werd ontwikkeld voor nucleaire raketsturing. De halfgeleider vond zijn eerste massamarkt in militaire systemen. De eerste satellieten waren militair. Zelfs de smartphone bouwt op een stapel technologieën die hun oorsprong hebben in defensieonderzoek.

Vredestijd innoveert wel, maar langzamer en selectiever. Het verschil zit in snelheid en radicaliteit. Oorlogen zorgen niet voor verbetering, maar voor vervanging. Het is creatieve destructie in de praktijk.

De huidige oorlog met Iran illustreert dit mechanisme. Iran beschikt niet over de technologische superioriteit van de Verenigde Staten, maar heeft doelbewust gekozen voor een strategie die de zwakste plek van de tegenstander raakt: de mondiale energievoorziening. Door olie- en gasinfrastructuur in de Golfstaten aan te vallen en de Straat van Hormuz te blokkeren, dwingt Teheran een innovatierace af die verder reikt dan het slagveld.

De noodzaak om energieketens te beveiligen, alternatieven voor fossiele afhankelijkheid te versnellen en maritieme verdedigingssystemen te moderniseren, stuurt miljarden aan investeringen naar technologieën die zonder dit conflict nog jaren in de marge zouden zijn gebleven. Zoals elke oorlog zijn eigen innovatiecyclus genereert, zo dwingt deze energieoorlog een versnelling af op het gebied van hernieuwbare energie, autonome scheepvaart en cyberverdediging van kritieke infrastructuur.

Technologieën die in oorlogstijd worden ontwikkeld, sijpelen door naar de civiele economie en verhogen structureel de groeipotentie voor de generaties die daarna komen. De naoorlogse decennia van de twintigste eeuw waren zo buitengewoon productief mede omdat zij konden teren op een generatie uitvindingen die door de nood waren afgedwongen. Schaarste aan tijd, aan middelen en aan alternatieven, blijkt keer op keer de meest betrouwbare katalysator voor het onmogelijke.

Kunstmatige intelligentie is in dit licht het jongste kind van die traditie. De technologie werd decennialang gefinancierd door defensiebudgetten, voordat zij haar civiele doorbraak beleefde, en zij wordt nu versneld door geopolitieke rivaliteit tussen de Verenigde Staten en China. Waar de Koude Oorlog tussen de Verenigde Staten en Rusland zorgde voor de ruimtewedloop, zorgt de strijd tussen China en de VS voor een AI-wedloop.

De productiviteitswinst die AI belooft, is inherent disinflatoir en kan de structurele groeipotentie van economieën voor generaties verhogen, precies zoals radar, de computer en het internet dat voor eerdere generaties deden. Dezelfde conflicten die op korte termijn de financiële markten ontwrichten - zoals stijgende olieprijzen, hogere rentes en geopolitieke onzekerheid - zullen op lange termijn technologische sprongen financieren die de volgende periode van welvaart mogelijk maken.

Oorlog vernietigt, maar de noodzaak die zij schept, bouwt ook. Wie alleen naar de vernietiging kijkt, mist de helft van het verhaal.

Han Dieperink is chief investment officer bij Auréus Vermogensbeheer. Hij was eerder in zijn loopbaan chief investment officer van Rabobank en Schretlen & Co.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Column
FD Article
No