Ruben Moreel - Groeigroen
Ruben Moreel - Groeigroen

Nieuwe vormen van alternatieve beleggingen zoeken het snijpunt op tussen rendement en impact. Bij Groeigroen uit Sint-Martens-Latem vertaalt zich dat in snelgroeiende Paulowniabomen die tegelijk CO2 opslaan én economisch rendement genereren. 

‘Wij maken klimaatoplossingen economisch interessant’, steekt oprichter en CEO Ruben Moreel van wal. ‘Door rendement en duurzaamheid te verbinden, versnellen we de realisatie van meetbare CO2-impact op grote schaal.’ 

Hij lanceerde zijn bedrijf in 2024, na een voorbereidingstraject van meerdere jaren. Het bouwt een model uit waarbij investeerders participeren in grootschalige Paulownia-plantages, die op termijn opbrengsten uit hout en CO2-certificaten moeten halen. Het bedrijf ontwikkelt en beheert de plantages zelf, van selectie van landbouwgrond tot uiteindelijke verkoop van hout en certificaten. Dat maakt het volgens Moreel schaalbaar. 

Regeneratieve boomsoort

Voor investeerders zijn er verschillende instapmogelijkheden. ‘Investeerders kopen een aantal bomen per 100 euro, of kopen een gehele plantage startende van 100.000 euro’, zegt Moreel. ‘De bomen worden geplant op landbouwgrond die in handen is van de vennootschap zelf. Dit biedt meer garantie aan de investeerder.’ 

Opvallend is dat het model gebaseerd is op een regeneratieve boomsoort: de Paulownia. ‘Dit wil zeggen dat de boom vanzelf opnieuw groeit nadat hij geoogst wordt. Acht jaar later staat daar opnieuw een volwassen boom. Er is geen enkele andere boom ter wereld die sneller groeit en op dezelfde tijd meer CO2-certificaten kan realiseren. De jaarringen staan 2 à 3 centimeter uit elkaar.’ 

Daarnaast speelt ook de houtkwaliteit een rol. ‘Het combineert twee eigenschappen die erg gegeerd zijn op de houtmarkt: het is heel sterk en heel licht.’ Dat maakt de boom niet alleen interessant vanuit klimaatperspectief, maar ook economisch inzetbaar in diverse toepassingen. 

Twee inkomstenstromen 

Het rendement voor investeerders komt dus uit twee bronnen: houtverkoop en CO2-certificaten. ‘De verkoop van het hout staat voor drie vierde van de inkomsten. Het andere vierde komt van de verkoop van de certificaten’, zegt Moreel. Het rendement wordt tijdens de looptijd uitgekeerd. ‘Jaarlijks of maandelijks krijgen de investeerders een rendement uitbetaald. De opbrengsten worden uitbetaald op basis van de inkomsten van de certificaten. De terugbetaling van de investering gebeurt met een deel van de winst van de houtverkoop.’ 

Volgens Groeigroen is vooral de houtmarkt al duidelijk ontwikkeld. ‘De prognoses zijn dat er een sterk stijgende vraag zit aan te komen.’ Het bedrijf testte die markt ook zelf. ‘We hebben een container Paulowniahout aangeboden op de lokale markt. Binnen de kortste tijd was die verkocht.’ 

Beoogde rendementen

Qua rendement communiceert Groeigroen vrij concrete verwachtingen. ‘De looptijd is de duur van de eerste groeicyclus van de Paulownia, dus 7 à 9 jaar’, zegt Moreel. Binnen die periode ligt het verwacht rendement volgens hem tussen 6,5 en 10 procent op jaarbasis. ‘Meestal ligt de jaarlijkse opbrengst tussen 7 en 9 procent.’ Voor grotere investeerders is er een aparte formule. ‘In de plantageformule ligt het te verdienen potentieel hoger: 1 à 2 procent extra winst kan daar zeker gerekend worden.’

Sinds de lancering heeft GroeiGroen zijn model al op meerdere locaties uitgerold. ‘Momenteel zijn er veertien plantages uitverkocht’, zegt Moreel. De schaal varieert sterk. ‘De oppervlaktes variëren van 0,5 hectare tot recent nog 14 hectare in Frankrijk.’ De ontwikkeling van die plantages vereist volgens het bedrijf aanzienlijke operationele expertise. ‘Er komt heel wat bij kijken om het product in de best mogelijke staat aan te bieden bij de zagerij.’ 

Operationele risico’s 

Die operationele aspecten (zoals aanplant, beheer, oogst) worden in de informatienota van Groeigroen vermeld als een van de mogelijke beleggingsrisico’s. Er zijn daarnaast ook natuurrisico’s, zoals droogte, storm, ziektes of plagen. Groeigroen probeert zulke risico’s te beheersen via een ingebouwde buffer. ‘Op elke plantage nemen we 10 procent van de bomen die niet in verkoop gaan’, zegt Moreel. ‘Daarvan is er 1 à 3 procent dat het niet haalt. De rest vormt een buffer.’ 

Die buffer fungeert als een soort verzekering. ‘In het geval dat er op een plantage iets gebeurt, kunnen we verloren bomen compenseren.’ Als die buffer niet nodig blijkt, werkt hij zelfs in het voordeel van de investeerder. ‘Dan levert die op het einde van de rit een pak geld op in plaats van geld te kosten.’ 

Illiquiditeit

Nog een beleggingsrisico is het ontbreken van een liquide markt. De investering is illiquide en niet vrij verhandelbaar. ‘Er wordt een juridisch bindende overeenkomst aangegaan voor de duurtijd van de eerste groeicyclus’, zegt Moreel. Tussentijds uitstappen is dus niet voorzien. ‘Eerder uitstappen is geen mogelijkheid. Als bij overmacht er vroeger uitgestapt moet worden, zijn we wel bereid om daarover te praten.’ 

‘De looptijd van de belegging is de eerste groeicyclus van de Paulownia, 7 à 9 jaar. Eerder uitstappen is in principe geen mogelijkheid’

Ruben Moreel, CEO Groeigroen

De informatienota vermeldt ook dat er geen garantie is op terugbetaling van het kapitaal. De belegger kan zijn inleg dus geheel of gedeeltelijk verliezen. Een investering in bomen valt niet onder een depositogarantiestelsel of andere beschermingsmechanismen. 

Ook bestaat er een tegenpartijrisico: de activiteiten van Groeigroen verlopen via de piepjonge en met schulden gefinancierde vennootschap Clearworld, ‘waarvan de financiële situatie een impact kan hebben op de recuperatie van de investering’, zo staat in de informatienota. De opbrengsten zijn afhankelijk van de daadwerkelijke verkoop van CO2-certificaten en hout, en kunnen tijdelijk uit reserves worden betaald zolang die verkoop niet gerealiseerd is. Maar dan moeten er natuurlijk wel voldoende reserves beschikbaar zijn.

Alternatieve asset

Volgens Groeigroen moet een belegging in bomen niet louter als impactinvestering worden gezien, maar als een volwaardige alternatieve asset. In de loop van het jaar zal het bedrijf zijn aanpak ook delen via Marktvizier, een opleidingsplatform gespecialiseerd in alternatieve beleggingen.

De combinatie van potentieel rendement, tastbare activa en klimaatimpact moet het model op termijn ook relevant maken voor bredere beleggersgroepen, van family offices tot institutionele partijen, argumenteert Moreel. ‘Het is geen goed idee om al je eieren in dezelfde mand te leggen. Maar als je alle voordelen en win-wins op een rij zet, dan mag dit op zijn minst gezien worden als een volwaardige alternatieve investering.’ 

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Article
FD Article
No