
ESG-factoren spelen steeds minder vaak een rol in de beleggingsbeslissingen van institutionele partijen. Voor de overgrote meerderheid zijn de kortetermijnprestaties belangrijker dan de langetermijnvoordelen van duurzaam beleggen.
Dat blijkt uit de EY 2024 Institutional Investor Survey, een onderzoek dat de meningen van 350 institutionele beleggers wereldwijd heeft gepeild, waaronder fondshuizen, pensioenfondsen en verzekeraars.
Institutionele beleggers lijken de focus op duurzaamheid steeds verder los te laten. Ondanks het groeiende maatschappelijke bewustzijn over duurzaamheid, zegt tweederde van de beleggers dat hun organisatie ESG-factoren waarschijnlijk minder zwaar zal laten meewegen in toekomstige investeringen.
Negen op de tien beleggers geeft aan dat het risico voor kortetermijnprestaties zwaarder weegt dan de langetermijnvoordelen van ESG-investeringen.
Kloof
De bevindingen schetsen een ‘zorgwekkend beeld’, stellen Matthew Bell en Ben Taylor, adviseurs op het gebied van klimaat- en duurzaamheidsvraagstukken bij EY. ‘Beleggers spelen een cruciale rol in de overgang naar een duurzamere economie.’
Volgens EY, dat zich baseert op data van Energy Transitions Commission, is er jaarlijks gemiddeld een wereldwijde kapitaalinvestering van 3,5 miljard dollar nodig om de energietransitie te realiseren die een netto-nul-economie tegen het midden van deze eeuw mogelijk maakt.
In 2022 concludeerde EY op basis van een vergelijkbaar onderzoek dat 78 procent van de beleggers van mening was dat bedrijven zouden moeten investeren in ESG-kwesties, zelfs als dit de winst op korte termijn zou schaden. Tegelijkertijd voelde grofweg de helft van de portefeuillebedrijven juist druk van beleggers om zich te richten op kortetermijnwinst, wat langetermijninvesteringen in duurzaamheid belemmert.
Een op de vijf bedrijven gaf destijds aan dat beleggers ‘zich vooral richten op kwartaalresultaten en onverschillig staan tegenover langetermijninvesteringen zoals duurzaamheid’.
Probleem van greenwashing
Een probleem waar beleggers momenteel mee worstelen, is de betrouwbaarheid van ESG-rapportages. Hoewel 88 procent van de respondenten het afgelopen jaar meer gebruik maakte van ESG-data, twijfelt tweederde aan de nauwkeurigheid van die informatie. Daarnaast vindt 80 procent dat greenwashing, het misleiden over duurzaamheidsprestaties, een groter probleem is geworden dan vijf jaar geleden.
Ondanks deze scepsis zegt 93 procent van de beleggers paradoxaal genoeg vertrouwen te hebben in de klimaatdoelen van hun portfolio-bedrijven. Deze optimistische verwachting staat in contrast met de bevindingen van EY, die erop wijzen dat bedrijven moeite hebben hun duurzaamheidsdoelen daadwerkelijk te realiseren.
Macro-economische uitdagingen domineren
De toenemende focus op kortetermijnprestaties wordt grotendeels gedreven door macro-economische uitdagingen. Maar liefst 63 procent van de beleggers noemt veranderingen in de economische cyclus, zoals periodes van langzamere groei of recessie, als de belangrijkste factor voor hun investeringsstrategie in de komende twee jaar. Handelsbeperkingen (62 procent), stijgende kapitaalkosten (53 procent) en arbeidskosten (50 procent) worden ook genoemd als bepalend.
Daarbij erkent een meerderheid (55 procent) dat klimaatverandering hun investeringsstrategieën op korte termijn aanzienlijk kan beïnvloeden. Deze ambivalente houding benadrukt de spanning tussen economische en ecologische prioriteiten.