De Nederlandsche Bank laakt al jaren de kapitaaltekorten van beleggingsondernemingen en beleggingsinstellingen. De maat is vol, zegt divisiedirecteur Aerdt Houben. De toezichthouder gaat voortaan een last onder dwangsom opleggen bij kapitaal- en liquiditeitstekorten, tot 75.000 euro per keer.
De “BOBI-sector” schiet op drie vlakken tekort, zegt Aerdt Houben in een interview met Investment Officer. Houben is divisiedirecteur voor het toezicht op grootbanken, beleggingsondernemingen en betaalinstellingen. ‘Érnstig tekort, zeg ik in alle openheid.’
Vooral de missers rondom de wettelijke vastekosteneis vindt hij ernstig. ‘De belangrijkste categorie, want dit getal moet klanten de zekerheid geven dat een bedrijf kan blijven draaien als het in de problemen komt. Toch voldoet op jaarbasis bijna 10 procent niet aan de kapitaal- en liquiditeitsverplichtingen. Ik kan je vertellen: bij toezichtspopulaties als verzekeraars, betaalinstellingen en kleine banken zou je daarmee niet aan moeten komen. Wij vinden dat getal veel te hoog en dat moet echt omlaag.’
Tussen de firma’s met een kapitaaltekort zitten recidivisten, maar ook steeds wisselende partijen, zowel klein als groot. Houben: ‘Er zitten vaak gedragingen achter die gewoon onjuist zijn, bijvoorbeeld dividend uitkeren aan je aandeelhouders voordat het jaarverslag is goedgekeurd. Dan ben je iets aan het uitkeren wat nog niet in de buffer van de onderneming zit. Daardoor voldoe je niet aan de wet- en regelgeving én loop je meer risico.’
Het voorbeeld past wat Houben betreft bij de categorie firma’s die geen volledig beeld hebben of iets niet in ‘het juiste potje’ hebben gedaan. Ernstiger gesteld is het met het andere type firma met een tekort: instellingen die daadwerkelijk in een slechte financiële situatie zitten. Houben: ‘Dat gebeurt ook, en daar maken we ons natuurlijk het meest zorgen om.’
De divisiedirecteur kan geen uitsplitsing geven van het aantal BOBI’s met een kapitaaltekort dat in de ‘ernstige categorie’ valt. Wel zegt hij dat het vooral de partijen zijn bij wie het verdienmodel onder druk staat, waarbij hij verwijst naar de komst van passieve aanbieders die lage kosten rekenen en die het bedrijfsmodel van spelers met een actieve, duurdere strategie in het nauw brengen. Net zoals de toegenomen kosten voor IT en regelgeving dat doen.
DNB zou graag meer tijd besteden aan die categorie, zegt Houben. ‘Kijken hoe we de cliënten van die ondernemingen samen met de AFM kunnen beschermen, hoe we de firma’s er bovenop kunnen helpen. Dat maakt ons werk als toezichthouder belangrijk voor de maatschappij, dat gaat ons echt aan het hart. Daarom moet de éérste categorie zijn huiswerk op orde krijgen.’
Want, zo rekent hij: ‘een kwart van onze 21 toezichthouders op deze subsector is alleen maar bezig met kapitaaltekorten en met onjuiste rapportages.’
Te laat en onjuist
Twee andere vlakken waarop de BOBI-sector volgens DNB tekortschiet hebben allebei met de rapportages te maken. Ze zijn te laat of onjuist. 1 op de 25 rapportages wordt te laat ingeleverd, waardoor DNB in die gevallen ‘toezicht houdt op het verleden’, zo zegt Houben - ‘want we hebben dan gewoon niks’.
Daarnaast staan in 20 procent van de rapportages onjuistheden. Een beetje geïrriteerd voegt de divisiedirecteur daaraan toe dat nog eens de helft daarvan bij het herindienen van de rapportage, opnieuw de fout in gaat. Pas bij de derde keer gaat het meestal goed, al is er een geval van vorig jaar bekend waar een onderneming elf pogingen moest doen om tot een goede rapportage te komen.
Ook al is een kapitaaltekort ernstiger, ook met onjuiste en late rapportages doen beleggingsondernemingen en -instellingen hun klanten tekort, vindt Houben. ‘Omdat wij dan niet risicogeoriënteerd toezicht kunnen houden, aangezien we niet weten waar de risico’s liggen. Bovendien ben je dan eigenlijk asociaal bezig ten opzichte van je sectorgenoten, want je draait samen op voor de kosten van het totale toezicht.’
‘Werkelijk alles geprobeerd’
Het ongenoegen van DNB is niet nieuw. In 2019 haalde een van Houbens voorgangers, Marloes Foudraine, aan dat in deze sector kapitaal nog weleens ‘vastzat op cruciale momenten’. DNB kondigde toen een onderzoek aan naar de hoeveelheid eigen vermogen van vermogensbeheerders. In de jaren daarna volgden soortgelijke initiatieven.
Houben: ‘We hebben werkelijk alles geprobeerd. We hebben bijna tien nieuwsberichten over het onderwerp uitgestuurd in een paar jaar tijd, we hebben de sector een self-assesment laten doen, in speeches ertoe opgeroepen, met brancheorganisaties erover gesproken. We doen er echt alles aan, nu dus ook meer handhaven.’
Sinds maart legt DNB daarom in beginsel direct een last onder dwangsom op bij kapitaal- of liquiditeitstekorten, van 5.000 euro per dag, tot in totaal 75.000 euro. Afdelingshoofd toezicht op BOBI’s Joris Ottow, die ook aanwezig is bij het gesprek, benadrukt dat de bank daarvan af kan wijken. ‘Stel dat het de grootste instelling van het land is, die niet in actie komt bij 5.000 euro, dan leggen we een hoger bedrag op.’ Bij late rapportages krijgen BOBI’s een aanmaningsbrief, en na twee aanmaningsbrieven in dertien maanden volgt een bestuurlijke boete.
Volgens Houben krijgen rapportages en de aanwezigheid van de juiste hoeveelheid kapitaal momenteel ‘gewoon niet de prioriteit’ van bestuurders. ‘Het is een governance-issue. De betrokkenen moeten zich ook echt verantwoordelijk voelen. En het is een wettelijke plicht, hè? Het is eigenlijk een voorwaarde op basis waarvan ze een vergunning hebben.’
Private-equity-partijen als koper in consolidatie
Hoe de financiële sector zich ontwikkelt, is aan de sector zelf, vindt De Nederlandsche Bank. Op vragen over de consolidatieslag in het vermogensbeheer zegt Houben dan ook dat DNB ‘die neemt als gegeven’. Over de ontwikkeling dat steeds meer private-equity-partijen zich in de biedingenstrijd mengen zegt hij dat bij private equity in beginsel vaak goede dingen te zien zijn, en dat dit soort partijen ‘sectoren of ondernemingen strak kunnen trekken’, maar dat er ook minder goede dingen gebeuren: ‘Zoals private-equitypartijen die ondernemingen met hele hoge schulden achterlaten en daardoor kunnen bijdragen aan een kwetsbare sector.’
‘In beginsel is dit marktwerking. Mits het binnen de wet past, is het gewoon een manier om de efficiëntie van de sector te vergroten. Het mandaat van DNB is om regels te handhaven. Een private-equitypartij kan niet zomaar een beleggingsonderneming opblazen, wij houden toezicht op de balans. Er moet voldoende eigen vermogen zijn, dat moeten ook zij elk kwartaal rapporteren. En daar houden we toezicht op, net als op de vraag of ze de regels van de aandeelhoudersstructuur volgen. Dat doen we heel serieus. Maar verder hebben we daar niks over te zeggen.’