De toegenomen volatiliteit van de dollar dwingt Europese beleggers tot een lastige keuze. De dollar afdekken is duur, maar sommige beleggers betalen toch extra om zich te beschermen tegen verdere verzwakking van de greenback. Anderen nemen het risico, omdat zij verwachten dat de grootste beweging al achter de rug is.
Vorige week kreeg de dollar even ademruimte na ruim een jaar van dalingen. Na flinke dalingen van de goud- en zilverprijs, veerde de dollar op naar 0,85 euro. Kort ervoor handelde de munt op een niveau van 0,83 euro. Dat niveau bereikte de munt voor het laatst in 2021. Steun kwam van de Federal Reserve die de rente ongemoeid liet, en van president Donald Trump die Kevin Warsh naar voren schoof als nieuwe voorzitter van het stelsel van Amerikaanse centrale banken. Beleggers zien in Warsh geen politieke marionet, maar een orthodoxe, datagedreven topman.
Toch houden beleggers rekening met een nieuwe daling van de dollar, als macro-economische omstandigheden of het Amerikaanse beleid zich tegen de munt keren, zegt Chris Turner, wereldwijd hoofd markten en valutastrateeg bij ING. De kosten voor Europese beleggers om zich in te dekken tegen een zwakkere dollar liepen vorige week op tot 1,3 procentpunt, tegen slechts 0,14 procent medio januari. Volgens Turner maakt de greenback marktpartijen steeds nerveuzer over hun concentratie in Amerikaanse beleggingen, en er is volgens hem nog ‘geen duidelijk teken’ van een omslag in het sentiment, zegt hij tegen Investment Officer.
De dollar is sinds oktober 2022 vrijwel voortdurend verzwakt ten opzichte van de euro. De start van Trumps tweede ambtstermijn heeft die beweging versneld. De president is al langer sceptisch over een sterke dollar, omdat die volgens hem Amerikaanse bedrijven op achterstand zet ten opzichte van buitenlandse concurrenten, met name Chinese en Europese exporteurs. Tijdens een toespraak in Iowa vorige week zei Trump een verdere verzwakking van de dollar ‘prima’ te vinden. Daarmee herhaalde hij een oud Amerikaans adagium, vrij vertaald als: de dollar is onze munt, maar jullie probleem.
Waar dollarblootstelling jarenlang een belangrijke rugwind vormde voor Europese beleggers, viel die steun in 2025 weg. Gemeten in euro’s behaalde de S&P500 vorig jaar een totaalrendement van net geen 4 procent, tegenover een stijging van bijna 18 procent in dollar-termen. Als de greenback verder terrein verliest, kunnen niet-afgedekte Amerikaanse beleggingen ook dit jaar weer op de prestaties drukken.
Voor obligatiebeleggers is de beweging extra pijnlijk. Jarenlang compenseerden valutawinsten de lage rendementen op Amerikaanse staatsobligaties voor buitenlandse beleggers. Nu die steun weg is, zijn de kosten van het afdekken zo hoog opgelopen dat de rendementen van sommige Europese beleggers onder hun binnenlandse risicovrije rente uitkomen.
Dat leidt tot structurele problemen, zegt Primal Dhawan, lid van het beleggingscomité bij obligatiehuis Pimco. ‘Als een volledig afgedekte Amerikaanse staatsobligatie minder oplevert dan wat beleggers in hun eigen land kunnen verdienen, is de belegging economisch niet meer logisch’, schreef hij vorige week in een bericht op Linkedin.
De EMD-belegger waarschuwde daarbij dat de rol van de dollar in portefeuilles verandert. Waar de munt historisch vooral werd gedreven door renteverschillen, raakt de dollar steeds sterker gecorreleerd met aandelenmarkten. Daarmee verliest het zijn traditionele functie als stabilisator in tijden van markt-onrust. ‘In plaats van risico te dempen, vergroot dollarblootstelling de risico’s,’ schrijft Dhawan. Voor institutionele beleggers die binnen strikte risicobudgetten opereren, maakt dat grote posities in Amerikaanse beleggingen lastiger te verdedigen.
Terug naar normaal
Jim Tehupuring, eigenaar van 1Vermogensbeheer, erkent dat de daling het beleggingslandschap heeft veranderd, maar ziet de beweging tot nu toe vooral als normalisatie, niet als het begin van een ontwrichtende neergang.
Over de afgelopen twintig jaar lag de gemiddelde euro-dollarkoers rond 1,20, dicht bij het huidige niveau. Vanuit dat perspectief rechtvaardigt de recente zwakte volgens Tehupuring geen drastische stappen. ‘Een paar jaar geleden was de dollar uitzonderlijk sterk’, zegt hij. ‘Wat we nu zien, is vooral een terugkeer richting het langjarig gemiddelde.’
Tehupuring sluit verdere daling niet uit en denkt dat de dollar dit jaar nog 5 tot 6 procent kan verzwakken. Toch ziet hij weinig voordeel in het afdekken van valutarisico nu de volatiliteit de kosten van bescherming heeft opgedreven. ‘Afdekken is simpelweg duur op dit moment,’ zegt hij. ‘Als je het valutarisico in je portefeuille kunt dragen, is het vaak verstandiger om het te accepteren.’
In plaats van valutadekking heeft Tehupuring de portefeuille anders ingericht. Zijn bedrijf onderweegt Amerikaanse beleggingen en overweegt Europa, terwijl het ook een grotere positie in edelmetalen aanhoudt als bescherming tegen geopolitieke risico’s en inflatie. Die aanpak weerspiegelt voorzichtigheid ten aanzien van de dollar, zonder een uitgesproken gok op een verdere scherpe daling.
Voor Europese beleggers is dat perspectief volgens hem cruciaal. ‘Sommige jaren werkt de dollar voor je, andere jaren niet’, zegt Tehupuring.