Anneleen Michiels
Anneleen Michiels

Naarmate een zakenfamilie evolueert van het managen van één bedrijf naar een gediversifieerde portefeuille, duikt een nieuwe uitdaging op: hoe verzoen je investeringskeuzes met de vaak uiteenlopende voorkeuren binnen die familie? Recent onderzoek schetst drie opties.

Waar sommige familieleden het rendement willen maximaliseren, zijn andere risicoavers of ze hechten vooral belang aan de maatschappelijke impact van de investeringen. Hoe krijg je alle neuzen in dezelfde richting? Dat kan via doordachte afspraken over het familiale beleggingsbeleid, zegt Anneleen Michiels, hoofddocent Finance en Family Business aan de universiteit van Hasselt.  ‘De beleggingsstrategie en -uitvoering moeten in lijn liggen met de familiale identiteit en governance.’

Zij onderzocht samen met drie internationale collega’s honderden governance-documenten van zakenfamilies. De onderzoekers vonden een continuüm van investeringsbeleidstypen, waarbij de familiale context wel steeds centraal stond. De meest geschikte stijl hangt af van factoren zoals de omvang en diversiteit van de familie, maar ook het onderlinge vertrouwen en het vermogen om meningsverschillen constructief op te lossen, zeggen de onderzoekers.

Drie oriëntaties

Optie 1: suggestief beleid

Een suggestief beleid vertrekt vanuit principes en intentie. Er wordt met andere woorden een richting bepaald, maar laat ruimte voor interpretatie en dialoog. Dit beleid is ideaal voor sterk samenhangende families die goed communiceren en sterke waarden delen.

Een voorbeeld van hoe dat geformuleerd kan worden: ‘We streven naar een uitgebreide spreiding tussen verschillende asset classes, die past bij onze waarden. De allocatie wordt periodiek geëvalueerd om te verzekeren dat de allocatie nog steeds in lijn ligt met onze doelen.’

Optie 2: normatief beleid

Aan de andere kant van het spectrum vinden we normatief beleid, waarbij harde afdwingbaarheid centraal staat. ‘Hier wordt zeer concreet vastgelegd wat wel en niet kan, vaak met strikte grenzen en een bindend karakter’, zegt Michiels. 

Denk aan vaste percentages per asset class en een verplichte rebalancing per kwartaal. Dit model is vooral geschikte voor grote, complexe families of situaties waar het onderlinge vertrouwen lager is, zeggen de onderzoekers.

Optie 3: prescriptief beleid

Een prescriptief beleid vormt de middenweg. Het combineert principes met duidelijke spelregels, en afspraken over hoe beslissingen doorgaans worden genomen. Zo is er houvast én flexibiliteit. Bij dit type beleid ligt de nadruk op het proces. 

Een mogelijke formulering: ‘Onze vermogensallocatiestrategie richt zich op een gediversifieerde mix van aandelen, vastrentende waarden en alternatieve beleggingen, waarbij aan elke categorie specifieke allocaties worden toegekend op basis van onze risicotolerantie. De specifieke allocaties worden jaarlijks geëvalueerd en bijgestuurd.’

Familiewaarden

‘Een familiaal investeringsbeleid werkt pas als het meer is dan een technisch document’, benadrukt Michiels. ‘In een familiale context moet je verder kijken dan enkel de portefeuilleconstructie, producten en rendement/risico. Wanneer investeringen botsen met het verhaal dat de familie over zichzelf vertelt, tast dat het vertrouwen, de cohesie en de legitimiteit van beslissingen aan.’ 

Het beleid moet daarom aansluiten bij de waarden, doelen en governance van de familie. Dit vereist zowel verticale als horizontale afstemming. ‘Enerzijds moeten de kernwaarden en langetermijnambities van de familie terugkomen in elke stap van het investeringsproces. Anderzijds moet de investeringsaanpak afgestemd zijn op andere onderdelen van het familiesysteem, zoals governance, generatiedynamiek en de communicatiestijl’, vertelt Michiels. ‘Als een van beide ontbreekt, kan zelfs een “professioneel” beleid onverwachte spanningen veroorzaken in plaats van ze te verminderen.’

Klein beginnen

Eén van de good practices die de onderzoekers vooropstellen om een werkend investeringsbeleid op te zetten is om klein en haalbaar te beginnen. 

‘Begin vanuit enkele kernprincipes’, raadt Michiels aan. ‘Bepaal eerst wat de familie met het vermogen mogelijk wil maken, hoeveel structuur en vrijheid past de familiecultuur en hoe men omgaat met interne meningsverschillen.’

‘Families starten vaak te snel en complex, gedreven door enthousiasme of interne druk. Dat leidt al snel tot frustratie wanneer het engagement en opvolging bij anderen ontbreekt. Haalbare doelen zijn daarom essentieel, voordat je overgaat naar asset allocatie, risicotolerantie en liquiditeitsnoden.’

Gesprek tussen generaties

Ook het proces richting een werkend investeringsbeleid is volgens de onderzoekers cruciaal. ‘Als je een beleid wil creëren dat gedragen wordt, moet je bewust ruimte maken om verschillen in waarden, doelen en risicotolerantie expliciet te bespreken, over generaties en takken heen. Dat creëert ownership en voorkomt later weerstand’, zegt Michiels.

Jaarlijkse of halfjaarlijkse evaluaties zijn hierbij belangrijk. ‘Door frequent het beleid te beoordelen zorg je ervoor dat het beleid mee evolueert met de veranderende markt en veranderende familie.’

Tot slot wijst het onderzoek op de toenemende heterogeniteit binnen families die voor extra moeilijkheden kan zorgen. Hier kan een modulair systeem een antwoord bieden: je combineert een vaste kern van gedeelde waarden met flexibele modules waarin familietakken eigen accenten kunnen leggen op vlak van risico of impact. ‘Zo behoud je eenheid in de familie, zonder individuele voorkeuren te negeren’, aldus Michiels.

Alle details over het onderzoek zijn te vinden op Familybusiness.org.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Article
FD Article
No