Kevin Khang, senior global economist at Vanguard
Kevin Khang.png

Als de geschiedenis ons iets leert, is het dat ontwikkelaars van nieuwe technologieën zelden degenen zijn die er uiteindelijk het meest van profiteren, zegt Kevin Khang, hoofd wereldwijd economisch onderzoek bij Vanguard. Volgens hem schuilt in het huidige narratief het risico dat vermeende vroege winnaars ten onrechte al als de uiteindelijke winnaars worden gezien. ‘De echte winnaars zijn de partijen die de technologie weten toe te passen.’

Economen van Vanguard bestudeerden 150 jaar aan technologische cycli en ontdekten de volgende patronen. ‘In het begin profiteren vooral de producenten van de technologie, daarna de gebruikers’, aldus Khang. Hij haalt doorbraken uit het verleden aan zoals de stoommachine, elektriciteit en het internet. Daar profiteerden aanvankelijk alleen hardware en infrastructuur van, later volgde de bredere economische impact. 

Volgens Vanguard bevindt de huidige AI-boom zich nog steeds in die eerste fase. Er wordt nog steeds geïnvesteerd in halfgeleiders, datacenters en energie-infrastructuur, wat de winstgroei bij een kleine groep bedrijven ondersteunt. Vorige week bereikte technologie-index Nasdaq Composite een nieuwe recordhoogte, wat erop wijst dat de markten voorlopig nog volop in de eerste fase zitten. 

Een omslagpunt zal zich aandienen als de productiviteitswinst ook in andere sectoren zichtbaar wordt, zoals de gezondheidszorg en zakelijke dienstverlening. Die zouden hier al vroeg aanwijzingen voor kunnen bieden, zegt Vanguard, vooral als bedrijven in deze sectoren meetbare efficiëntieverbeteringen beginnen te melden. 

‘Als je ziet dat artsen en verpleegkundigen meer patiënten kunnen behandelen dankzij betere werkprocessen die door AI mogelijk worden gemaakt, dan weet je dat de tweede fase is begonnen’, zegt Khang tegen Investment Officer. ‘Mogelijk zijn over drie tot vijf jaar de helft van de topbedrijven ter wereld geen techbedrijven meer.’ 

Ongelijkmatige integratie AI

Maar in die overgangsfase zitten we nog niet. Hoewel de integratie van AI momenteel hard gaat, zijn de effecten hiervan op de productiviteit nog niet terug te zien in geaggregeerde data. Uit recent onderzoek van de Federal Reserve blijkt dat de integratie van AI nog ongelijkmatig is. Ongeveer 18 procent van de Amerikaanse bedrijven had tegen het eind van 2025 AI geïmplementeerd, terwijl ongeveer 41 procent van de werknemers aangeeft generatieve AI te gebruiken in hun werk. De integratie vindt vooral plaats in sectoren met een hogere toegevoegde waarde, zoals professionele en financiële dienstverlening. Dat wijst erop dat de technologie nog vooral cognitieve taken ondersteunt; van een bredere economische transformatie is nog geen sprake. 

Voor beleggers is de timing waarop AI de economische groei een impuls geeft cruciaal. In het afgelopen decennium heeft de sterke, consistente winstgroei van een handvol Amerikaanse techreuzen de hoge waarderingen gerechtvaardigd en de marktrendementen aangejaagd.

Winstprognoses voor 2026 laten nog steeds zien dat technologiebedrijven de sterkste groei laten zien. Maar recente herzieningen wijzen erop dat het momentum begint te verschuiven. In sectoren zoals energie en grondstoffen zijn er opwaartse bijstellingen, wat erop wijst dat de groep die profiteert van de AI-investeringscyclus groter begint te worden. 

Waarderingspremie onder druk

Als de winstgroei zich uitbreidt, kan de waarderingspremie van grote technologieconcerns onder druk komen te staan, vooral nu uitgaven worden opgevoerd om concurrerend te blijven op het gebied van AI. UBS schat dat de kapitaaluitgaven van hyperscalers dit jaar vrijwel hun volledige operationele kasstroom zullen opslokken, tegenover een tienjaarsgemiddelde van circa 40 procent. ‘Dat zal hun kasstromen en winstprofiel gaan aantasten’, aldus Khang.

Volgens Khang is de markt zich echt los aan het weken van een ongeveer tien jaar durende periode waarin de winstgroei vrijwel volledig werd aangejaagd door een handvol echt grote bedrijven. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor de samenstelling van beleggingsportefeuilles. Door hun grote blootstelling aan Amerikaanse megacap-technologieaandelen zijn veel beleggers te veel geconcentreerd op één enkel thema. Een meer gediversifieerd winstklimaat, met ruimere allocatie over verschillende sectoren en regio’s, zou gunstig zijn, zegt Khang. Vanguard wijst op niet-Amerikaanse markten als een potentiële hedge, vanwege hun geringere blootstelling aan technologiebedrijven en grotere gevoeligheid voor industriële cycli en grondstoffencycli die samenhangen met AI-investeringen.

Vooruitzichten lange termijn

Khang waarschuwt dat de vooruitzichten voor de technologiesector op lange termijn sterk blijven. De grootste bedrijven investeren fors om hun positie te behouden en een aantal van hen zal die voortrekkersrol naar verwachting ook in de toekomst behouden. Maar de dominante positie van een kleine groep bedrijven zal niet voor eeuwig zijn. ‘Er is nog veel onzekerheid over hoe dit zich zal ontwikkelen’, zegt hij. ‘Maar als de geschiedenis als leidraad wordt genomen, zullen de grootste winsten zich niet blijven concentreren waar ze nu liggen.’

Uiteindelijk zal het afhangen van hoe snel AI in bedrijfsprocessen wordt geïntegreerd. Een geleidelijke invoering zou kunnen zorgen voor gestage productiviteitswinsten, terwijl een snellere overgang ontwrichtend zou kunnen zijn, met name voor de arbeidsmarkten. ‘De technologie blijkt nu al krachtiger te zijn dan velen hadden verwacht’, aldus Khang. ‘De vraag is nu hoe snel de rest van de economie deze technologie implementeert.’

Author(s)
Access
Members
Article type
Article
FD Article
No