Jarenlang was Luxemburg de plaats waar fondsen worden opgezet, geadministreerd en gerapporteerd, terwijl de beleggingsbeslissingen elders werden genomen. Dat beeld begint te verschuiven.
Het groothertogdom evolueert, zij het geleidelijk, van een backoffice-locatie naar een plek waar ook frontoffice-activiteiten plaatsvinden, zegt Raphaël Eber, partner en ceo continentaal Europa bij multi-family office Stonehage Fleming. Volgens hem is de kernvraag niet hoe Luxemburg zijn concurrentiepositie behoudt, maar hoe het er een creëert.
‘Het klassieke model was: traders en portefeuillebeheerders zitten in New York en Londen, en de backoffice in Luxemburg’, zegt hij tegen Investment Officer na afloop van een panel.
Vandaag wordt het volgens Eber steeds aantrekkelijker om een vermogensbeheerplatform op te zetten op het Europese vasteland. ‘En als je dan kijkt naar mogelijke jurisdicties, lijkt Luxemburg de juiste keuze.’ Een recent ingevoerd fiscaal regime voor carried interest, waarbij prestatievergoedingen van fondsbeheerders aanzienlijk lager worden belast dan in Londen of Parijs, speelt daarin een rol.
Fiscale aantrekkingskracht
De hervorming, van toepassing vanaf het belastingjaar 2026, biedt meer rechtszekerheid en maakt een onderscheid tussen twee vormen van carried interest. Voor contractuele carried interest bedraagt het maximale effectieve belastingtarief ongeveer 11,45 percent. Voor participatiegebonden carried interest, waarbij het belang niet hoger is dan 10 percent en langer dan zes maanden wordt aangehouden, kan een volledige vrijstelling van de personenbelasting gelden, aldus Luxembourg for Finance. Ook de groep begunstigden is uitgebreid.
Omdat de Luxemburgse financiële sector sterk afhankelijk is van fondsen en vermogensbeheer, moet deze hervorming de internationale concurrentiekracht behouden, talent aantrekken en de ontwikkeling van frontoffice-teams ondersteunen, zegt Hugues Hénaff, partner bij Atoz Tax Advisers Luxembourg.
Andere financiële centra zoals Milaan en Dublin beschikken al over aantrekkelijke fiscale regimes voor carried interest, merkt Hénaff op. ‘Het is ook belangrijk dat dit regime kan worden gecombineerd met het impatriate-regime en, afhankelijk van het salarisniveau, met plafonds op sociale bijdragen. Dat maakt het geheel aantrekkelijk bij relocatie.’
Volgens Atoz zijn er sinds eind vorig jaar al meerdere relocaties van Londen en Parijs naar Luxemburg waargenomen. ‘En gezien het winter was en Luxemburg geen zee heeft, mag je aannemen dat deze nieuwe regeling meespeelt in die verhuisbewegingen.’
Minister van Financiën Gilles Roth gaf tijdens de conferentie aan dat de vennootschapsbelasting al met één procentpunt is verlaagd en in 2027 verder zal dalen.
Stabiliteit als troef
Volgens Eber wordt het zowel praktisch als juridisch eenvoudiger om vermogensbeheerders op het Europese vasteland te vestigen. ‘En waarom dan niet Luxemburg? We zijn er al sterk aanwezig als financieel centrum.’
‘Het belangrijkste exportproduct van Luxemburg is saaiheid.’
Hannamari Koivikko, J.P. Morgan
Hannamari Koivikko, executive director en wealth advisor bij J.P. Morgan Luxembourg, wijst op een vaak onderschatte troef van het land: stabiliteit. ‘Zoals ik vaak zeg: het belangrijkste exportproduct van Luxemburg is saaiheid. Dat is een zeldzaam goed’, zegt ze tegen Investment Officer. ‘Er gebeurt niet veel, en als er iets gebeurt, is het meestal positief.’
Vertrouwen is daarbij essentieel, vult Eber aan. Alleen een vermogensbeheerder die als betrouwbaar wordt gezien, zal over twintig jaar nog relevant zijn. ‘Zonder vertrouwen bouw je niets op lange termijn.’
Dat vertrouwen is cruciaal in een context waarin grote vermogens worden overgedragen aan volgende generaties. Vermogende families denken niet in termijnen van twee of drie jaar, maar in decennia, met aandacht voor zowel kapitaalbehoud als familiewaarden. Door hun internationale spreiding worden hun situaties bovendien complexer op juridisch, fiscaal en regelgevend vlak.
Technologie verbindt
Ook de relatie tussen vermogensbeheerders en asset managers verandert. Waar asset managers vroeger vooral producten leverden en wealth managers instonden voor distributie, verschuift de dynamiek.
‘Die rolverdeling verandert’, zegt Alan Goodrich, sales director bij ERI, een softwareleverancier voor banken en vermogensbeheerders. Volgens hem spelen drie factoren een rol: veranderende verwachtingen van beleggers, technologische vooruitgang en toenemende concurrentie.
In de toekomst zullen asset managers technologieplatformen moeten aanbieden die geïntegreerd zijn in het adviesproces en werken via API’s. Klanten zullen meerdere portefeuilles kunnen beheren op één platform, afgestemd op hun risicoprofiel, rendementsdoelen of ESG-voorkeuren.
Er ontstaat zo een nauwere samenwerking tussen asset en wealth managers, gedreven door de vraag naar een naadloze klantervaring. Technologie fungeert daarbij als verbindende factor, zowel tussen organisaties als intern.
Specialisten in technologie kunnen bruggen slaan tussen portefeuilleconstructie en klantrelaties, aangevuld met data-experts en artificiële intelligentie om processen efficiënter te maken. ‘Technologie zit overal in verweven’, zegt Goodrich, ‘maar de manier waarop we waarde leveren aan de klant wordt steeds meer een gezamenlijke inspanning.’
Vertrouwen blijft daarbij de kern. ‘Uiteindelijk hebben we allemaal maar één product dat we kunnen aanbieden’, zegt Koivikko. ‘En dat is vertrouwen.’