De Luxemburgse fondsenbeheerder Shelter Investment Management ziet verschuivingen in het beleggersgedrag om de meerwaardebelasting van 10 procent, die sinds 1 januari geldt in België, te ontwijken. CEO Tim Vanvaerenbergh verwacht dat grote beleggers hun vermogen anders zullen structureren.
‘De nieuwe meerwaardebelasting stelt beleggers voor twee nieuwe uitdagingen’, legt Vanvaerenbergh uit. ‘Naast het meest directe effect van tien procent op hun jaarlijkse gerealiseerde winsten, komt er ook een aanzienlijke administratieve last bij.’
Hij wijst op het fundamentele verschil met de roerende voorheffingen of de beurstaks, waarbij de belasting aan de bron wordt ingehouden en de kous daarmee af is. ‘Nu zullen de meeste beleggers verplicht worden om zelf, aan het einde van het jaar, hun belastbare meerwaarde te berekenen om in de belastingaangifte in te vullen. Dat betekent alle transacties afwegen, door de meer- en minwaarden tegen elkaar af te zetten, en ook rekening houden met de vrijstelling van 10.000 euro. Dat is een complexe extra taak.’
Opt-in vs. opt-out
Het is wel zo dat de fiscus ook voor de meerwaardebelasting een vorm van bronheffing voorziet. Die betaaloptie wordt opt-in genoemd. De bank houdt automatisch 10 procent in op de meerwaarde wanneer je een belegging met winst verkoopt en stort dat bedrag anoniem door naar de fiscus. Die optie komt tegemoet aan de vermogenden die liever geen informatie over hun beleggingen met de fiscus willen delen.
‘Zelfs bij de opt-in dien je best nog een aangifte in, omdat je anders geld kan laten liggen’, duidt Vanvaerenbergh. ‘Je moet de vrijstelling van 10.000 euro verwerken en eventuele minwaarden meerekenen. In dit scenario ga je eigenlijk eerst de fiscus voorfinancieren.’
De tweede optie is de opt-out. Dan houdt de bank geen meerwaardebelasting in. De berekening zal je dus volledig zelf moeten doen. ‘Dit is eenvoudig als je een beperkt aantal beleggingen hebt bij één bank’, zegt Vanvaerenbergh. ‘Maar voor de meeste beleggers, die vele verschillende effecten bij meerdere banken aanhouden, wordt die berekening een stuk complexer.’
Tak 23 en Fund of Funds
‘Er zullen een aantal producten populairder worden waarmee je de meerwaardebelasting gedeeltelijk ontwijkt’, voorspelt Vanvaerenbergh. ‘Eén van deze producten is de tak 23 beleggingsverzekering. De meerwaarde realiseer je pas op het einde van het contract, en zal ook enkel dan belast worden. In de tussentijd heb je geen administratieve rompslomp.’
Er zullen een aantal producten populairder worden, waarmee je de meerwaardebelasting gedeeltelijk ontwijkt
Tim Vanvaerenbergh, CEO Shelter Investment Management
‘Wij beheren zowel bancaire portefeuilles als portefeuilles binnen tak 23-structuren van verzekeraars, en zien sinds het najaar van 2025 al een eerste tekenen van een verschuiving richting die structuren.’
Voor wie het liever bij bancaire beleggingen houdt, verwacht hij groeiende interesse in funds of funds of fondsen van fondsen. ‘Een dergelijk fonds verpakt verschillende ETF’s en/of beleggingsfondsen in één overkoepelend instrument. De fondsbeheerder kan binnen dit pakket actief aan- en verkopen zonder dat dit voor de individuele belegger een belastbaar feit oplevert. Net zoals bij tak 23 wordt de meerwaarde pas belast op het moment dat de belegger zijn participatie verkoopt’, legt hij uit.
Belang van minwaarden
Doordat de fondsbeheerder actief kan aan- en verkopen binnen de tak 23 of fund of funds, ontstaat er ook nog een bijkomend fiscaal voordeel. ‘Aan het einde van het contract wordt de netto meerwaarde belast: de som van alle meerwaarden vermindert met de som van alle minwaarden over de hele looptijd’, duidt Vanvaerenbergh.
Dit contrasteert met directe aandelenbeleggingen. ‘Bij het aan- en verkopen van losse aandelen is een verlies in het ene jaar fiscaal niet inzetbaar om de belastingdruk op winsten in een volgend jaar te verlagen, wat uiteindelijk tot een hogere totale belastingafdracht kan leiden.’
Impact op actieve beleggers
De nieuwe meerwaardebelasting treft vooral de actieve belegger met een portefeuille vanaf 100.000 euro. ‘Door het hoge aantal jaarlijkse transacties stijgen zij frequenter boven de vrijstelling van 10.000 euro uit dan buy-and-hold beleggers’, legt hij uit. Hij verwacht daarom een gedragsverandering naar een minder actieve vorm van vermogensbeheer.
Voor de private banking en wealth managementklanten varieert de impact eerder naargelang hun portefeuillegrootte. Vanvaerenbergh: ‘Het mass affluent-segment, met vermogens tussen 100.000 en 500.000 euro, wordt vandaag al grotendeels via fund of funds bediend. Daarentegen wordt het segment wealth, met portefeuilles boven de 2,5 miljoen euro, nog vaak met individuele lijnen bediend. Hier zal de druk toenemen om te transformeren richting fondsen en fund of funds.’
Perverse fiscale prikkels
Vanvaerenbergh waarschuwt voor een potentieel averechts effect van de nieuwe belasting. ‘Stel dat een belegger tegen het einde van het jaar nog niet aan zijn vrijstelling van 10.000 euro zit, dan kan de verleiding groot zijn om winstgevende posities te verkopen en ze direct weer aan te kopen, puur om de administratieve rompslomp en meerwaardebelasting over dat jaar’, legt hij uit. ‘Dit soort fiscaal gedreven gedrag kan echter als speculatief gezien worden, wat weer andere fiscale gevolgen met zich mee zal brengen.’
Deze dynamiek voegt een complexe laag toe aan het beleggingsproces. Zo zullen beleggers de meerwaardebelasting beginnen afwegen tegenover de banktransactiekosten en fiscale kosten. ‘Deze extra drempel en complexiteit kunnen het ongewenste effect hebben dat mensen worden afgeschrikt om überhaupt te beleggen’, stelt Vanvaerenbergh.
‘De vraag is of dit de zoveelste druppel is die de emmer doet overlopen en tot kapitaalvlucht zal leiden’
Tim Vanvaerenbergh, CEO Shelter Investment Management
In het slechtste geval leidt de meerwaardebelasting niet enkel tot een nieuwe vermogensstructuur, maar ook tot een geografische relocatie van vermogen. Vanvaerenbergh: ‘Er zullen zich mensen de vraag beginnen stellen of ze België misschien moeten verlaten om hun vermogen veilig te stellen. De vraag is of dit de zoveelste druppel is die de emmer doet overlopen en tot kapitaalvlucht zal leiden.’