De arrestatie van de Venezolaanse president Nicolás Maduro door Amerikaanse troepen was bedoeld als een krachtig politiek signaal. Voor de financiële markten blijf het effect vooralsnog beperkt. Olieprijzen bewogen nauwelijks, beleggers hielden de hand op de knip en de aandacht verschoof snel van de gebeurtenis zelf naar de vraag wat deze ingreep zegt over de manier waarop de Verenigde Staten hun macht opnieuw positioneren.
De oliemarkt weet dat Venezuela’s enorme reserves geen snelle verlichting bieden. Brentolie steeg maandag licht naar 61,12 dollar per vat, WTI naar 57,73 dollar. De beperkte beweging onderstreept dat fysieke olieflows voorlopig niet veranderen. Jaren van sancties, onderinvestering en institutioneel verval hebben de Venezolaanse olie-industrie uitgehold. Zelfs bij politieke stabilisatie is een snel herstel van de productie uitgesloten.
Fondshuizen zijn daar opvallend eensgezind over. Allianz Global Investors, Edmond de Rothschild, Janus Henderson en Morningstar wijzen allemaal op dezelfde structurele beperkingen. Venezuela produceert zware, moeilijk winbare olie en beschikt niet meer over de infrastructuur, expertise en kapitaal om snel op te schalen. De politieke toekomst is bovendien onzeker. In zo’n context zijn verwachtingen van een snelle terugkeer naar oude productieniveaus vooral wensdenken.
Edmond de Rothschild ziet op korte termijn geen extra vaten, schrijven CIO Benjamin Melman en multi-assetspecialist Michaël Nizard. Zelfs onder gunstige omstandigheden kost het herstel van een tot twee miljoen vaten per dag, vijf tot tien jaar en tot honderd miljard dollar aan investeringen.
Oliebedrijven in de VS profiteren
Dat verklaart ook waarom aandelenmarkten selectief reageerden. Amerikaanse oliebedrijven profiteerden van speculatie over mogelijke strategische voordelen op langere termijn. Chevron, Exxon Mobil, ConocoPhillips en dienstverlener SLB, tot voor kort bekend als Schlumberger, stegen fors. Niet omdat Venezuela binnenkort extra olie levert, maar omdat beleggers vooruitlopen op preferente toegang en politieke rugwind.
De kern van het verhaal ligt niet in energie, maar in geopolitiek. Allianz Global Investors spreekt van een grote geopolitieke verschuiving. De arrestatie van Maduro past in een patroon waarin Washington minder terughoudend is en macht weer explicieter inzet. Voor beleggers betekent dit niet zozeer een directe herprijzing, maar een herintroductie van politiek risico als structurele factor.
Ook Janus Henderson ziet de ingreep vooral als symptoom van een bredere herschikking; de onderliggende boodschap is niet neutraal. De Verenigde Staten lijken terug te keren naar een wereldbeeld waarin invloedssferen weer leidend zijn.
Herleving Monroe-doctrine
Edmond de Rothschild benoemt dat expliciet als een herleving van de Monroe-doctrine. Die negentiende-eeuwse doctrine stelt dat het westelijk halfrond tot de strategische invloedssfeer van de Verenigde Staten behoort en gevrijwaard moet blijven van inmenging door andere grootmachten. Lange tijd werd dat uitgangspunt afgezwakt door globalisering en multilaterale samenwerking, maar onder president Donald Trump wordt het opnieuw als beleidskader gebruikt.
Dat blijkt ook uit de jongste Amerikaanse National Security Strategy, een document van 33 pagina’s dat in november is gepubliceerd. Daarin wordt gesproken over het afdwingen van een ‘Trump-corollarium’ als een soort toegift op de Monroe-doctrine. De boodschap is helder: stabiliteit en controle in het westelijk halfrond zijn kernbelangen, terwijl bondgenoten, vooral in Europa, meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eigen veiligheid en economische weerbaarheid.
De recente discussie over Groenland past in dit beeld. Trumps hernieuwde belangstelling voor het Arctische gebied, openlijk gemotiveerd met nationale veiligheid, kwam kort na de operatie in Venezuela. Voor Europese regeringen waren zijn uitspraken geen incident, maar een bevestiging van een bredere koerswijziging. Denemarken reageerde fel, Groenland zelf wees elke gedachte aan annexatie van de hand en in Brussel werd opnieuw het belang van territoriale integriteit benadrukt, zij het in beheerste bewoordingen.
Het is duidelijk dat geopolitiek geen achtergrondruis meer is, maar een structurele factor. Zoals Allianz Global Investors het formuleert: ‘Wie vooruit wil kijken, moet rekening houden met doorwerking naar opkomende markten, valuta en aandelen, en zich wapenen tegen schommelingen in energieprijzen en politiek risico.’