Foto: derschoeneali via Pixabay
derschoeneali-office-5211510.jpg

AI herstructureert stilletjes de kostenbasis van de Amerikaanse economie door arbeid te vervangen en processen efficiënter te maken. Vooral in dienstensectoren drukt dit de loonkosten per eenheid en dat remt de inflatie af. De obligatiemarkt onderkent nog onvoldoende de beleidsruimte voor de Fed die daarmee wordt gecreëerd.

Volgens Patrick Artus, senior economisch adviseur bij Ossiam (Natixis IM), wordt dit scenario opvallend genoeg nog nauwelijks ingeprijsd in de markt. ‘Het 3-maands eurodollarcontract, dat de marktverwachtingen voor de toekomstige korte rente weerspiegelt, suggereert dat beleggers ervan uitgaan dat de rente tot eind 2028 grotendeels stabiel blijft.’ 

Die verwachting past bij de huidige marktfocus op oplopende inflatie door stijgende energieprijzen als gevolg van de oorlog in Iran. Die prijsschokken worden gezien als een reden voor de Fed om voorzichtig te blijven met renteverlagingen.

Artus kijkt juist door deze kortetermijnvolatiliteit heen. ‘Als AI een blijvend desinflatoir effect heeft, dan zullen we eerder een periode van lage inflatie tegemoet gaan. Dan ligt een eerdere en bredere neerwaartse correctie van de rente over de hele curve meer voor de hand.’ 

Volgens Artus leidt dit tot een ‘ontkoppeling’ waarbij robuuste economische groei en afzwakkende werkgelegenheid samen opgaan. ‘Diensteneconomieën krijgen te maken met forse banenverliezen door AI, met name in sectoren als handel, financiële dienstverlening, zakelijke dienstverlening en telecom’, zegt Artus. ‘De werkgelegenheid stagneerde of daalde daar in 2025. Ondanks loonstijgingen zijn de kosten per eenheid daardoor met slechts 0,5 procent op jaarbasis gestegen sinds het tweede kwartaal van 2025.’

Die ontwikkeling hangt samen met de toenemende inzet van AI. In met name dienstensectoren leidt dit tot fors banenverlies. De druk op de arbeidsmarkt beperkt zich bovendien niet tot deze sectoren. ‘Als industriële robots tot AI worden gerekend, staat ook de werkgelegenheid in de industrie onder druk. Het aantal robots per werknemer is daarbij vooral hoog in landen als Zuid-Korea, Japan en China.’

Hierin schuilt een fundamenteel spanningsveld: de vervanging van arbeid door AI leidt tot hogere werkloosheid, maar tegelijkertijd ook tot hogere winsten. AI vormt daarmee een risico voor werknemers, maar een kans voor beleggers. Grootschalige ontslagen kunnen bovendien de consumptie onder druk zetten, vooral in landen als de Verenigde Staten, waar herverdelend beleid beperkt is.

De econoom verwacht dat een einde aan de oorlog in Iran, gecombineerd met verder afnemende inflatie, de Fed ruimte geeft voor beleidsversoepeling. In combinatie met oplopende werkloosheid versterkt dat de desinflatoire trend. ‘Mocht dit scenario zich daadwerkelijk voltrekken, dan kan de Fed haar beleidsrente verlagen’, zegt Artus, ‘omdat haar twee doelstellingen, prijsstabiliteit en lage werkloosheid, elkaar in dit geval niet in de weg zitten.’

Lagere rentes, andere allocatie

De visie van Artus is in lijn met die van de beoogde nieuwe Fed-voorzitter Kevin Warsh. Ook hij ziet ruimte voor een scenario waarin AI-gedreven productiviteitsgroei de inflatie structureel drukt.

President Trump oefent in de Verenigde Staten al langer druk uit op de onafhankelijkheid van de Fed. Gezien de hoge staatsschuld zou de regering-Trump de rentelasten graag zien dalen. Minister van Financiën Scott Bessent gaf vorige week aan te begrijpen dat de Fed eerst de ontwikkelingen wil afwachten voordat zij de rente verlaagt, wat wijst op een ‘higher-for-longer’-beleid. Tegelijkertijd acht hij renteverlagingen op termijn onvermijdelijk.

Zolang de energieprijzen hoog blijven, zal de Fed volgens de consensus voorzichtig opereren. Neemt die druk af en daalt de inflatie, dan ontstaat de ruimte voor versoepeling. De opkomst van AI wijst daarmee in de richting van lagere obligatierentes en hogere bedrijfswinsten, volgens Artus.

Van desinflatie naar deflatie

In eerste instantie zullen obligatiehouders profiteren van dalende rentes. Slaat desinflatie echter om in deflatie, dan vormt dat juist een risico voor schuldgedreven economieën. De reële schuldenlast loopt op, consumenten stellen hun bestedingen uit en winstmarges komen onder druk te staan. Japan geldt daarbij als het schoolvoorbeeld. Het land kampte sinds de jaren negentig met langdurige deflatie en zwakke groei, wat leidde tot terughoudende consumptie, lage investeringen en aanhoudende druk op bedrijfswinsten.

In zo’n scenario verliest de Fed bovendien haar belangrijkste beleidsinstrument, omdat de rente niet verder kan dalen. ‘Voor beleggers betekent dit dat aandelen op middellange termijn aantrekkelijker worden, terwijl obligaties relatief aan aantrekkingskracht inboeten’, aldus Artus.

Europa blijft achter

Deze dynamiek geldt bovendien niet wereldwijd. Europa loopt duidelijk achter op de Verenigde Staten. Artus stelt dat slechts 13 procent van de Europese bedrijven gebruikmaakt van AI, tegenover een veel bredere adoptie in de VS. Amerika beschikt over circa 70 procent van de mondiale AI-rekenkracht, terwijl Europa blijft steken op ongeveer 4 procent. Daardoor blijven productiviteitswinsten en het desinflatoire effect daarvan in de eurozone vooralsnog beperkt.

Author(s)
Categories
Access
Members
Article type
Article
FD Article
No