Europa betaalt een hoge prijs voor het uitblijven van een volledig geïntegreerde kapitaalmarkt. Door gemiste investeringen loopt de schade volgens een nieuw rapport van het Citi Institute op tot zo’n 150 miljard euro per jaar. Over tien jaar kan dat de economische groei met ongeveer 1,5 procent van het bbp drukken.
De bevindingen geven nieuwe urgentie aan het al jaren lopende debat over een Europese kapitaalmarktenunie. Hoewel beleidsmakers al meer dan tien jaar spreken over financiële marktintegratie, stelt het rapport dat de versnippering in post-trade-infrastructuur, regelgeving en fiscaliteit de Europese concurrentiekracht blijft aantasten en het moeilijker maakt om binnenlandse besparingen in Europa te investeren.
Het rapport is deels gebaseerd op een enquête onder banken, custodians, vermogensbeheerders en institutionele beleggers. Daaruit blijkt brede consensus dat de Europese kapitaalmarkten slechts gedeeltelijk zijn geharmoniseerd. 63 procent van de respondenten stelt dat er aanzienlijke tekortkomingen zijn in regelgeving, beleid, fiscaliteit en operationele processen die nog moeten worden aangepakt, terwijl slechts een kleine minderheid van mening is dat de meeste barrières inmiddels zijn weggenomen.
Marktpartijen lijken bovendien realistisch over het tempo van verandering. Bijna twee derde van de respondenten verwacht dat echte harmonisatie vijf tot tien jaar zal vergen. Dat weerspiegelt zowel de technische complexiteit van hervormingen als de hardnekkigheid van nationaal georganiseerde marktstructuren.
Kosten van marktfragmentatie
De bevindingen van Citi sluiten aan bij een bredere analyse van de Europese Centrale Bank over de economische kosten van fragmentatie binnen de interne markt van Europa. In een studie uit augustus 2025 concludeerde de ECB dat, hoewel de interne markt van de EU sinds haar oprichting aanzienlijke baten heeft opgeleverd, er nog steeds veel onbenut potentieel is door aanhoudende regelgevende, administratieve en handhavingsbarrières. De ECB wees expliciet op onvolledige financiële integratie, waaronder het ontbreken van een volledig gerealiseerde kapitaalmarktenunie, als een van de structurele obstakels die investeringen, productiviteit en weerbaarheid beperken.
Volgens Citi heeft fragmentatie directe economische gevolgen. De kapitaalvorming in Europa blijft achter bij die van de Verenigde Staten, met een lagere IPO-activiteit als percentage van het bbp en hogere post-trade-kosten die op investeringen drukken. Complexe nationale kaders en beperkte grensoverschrijdende liquiditeit worden genoemd als factoren die Europese besparingen naar het buitenland duwen. Volgens het rapport vloeien jaarlijks tot honderden miljarden aan huishoudelijke besparingen weg uit de Europese markten, grotendeels richting de Verenigde Staten.
Het aanpakken van deze problemen vergt actie op meerdere fronten, aldus Ronit Ghose, wereldwijd hoofd Future of Finance bij het Citi Institute, in een toelichting aan Investment Officer. ‘Er is een gezamenlijke aanpak nodig om de gefragmenteerde Europese kapitaalmarkten aan te pakken’, zegt hij. ‘Politiek gezien, betekent dit dat lidstaten collectieve voordelen boven nationale belangen moeten stellen, met name door bronbelastingsystemen en insolventiewetgeving te harmoniseren en gecentraliseerde regulering te omarmen om regelgevende versnippering te beperken.’
Ook economisch is een fundamentele vereenvoudiging van de marktinfrastructuur noodzakelijk, stelt Ghose. ‘Waaronder de consolidatie van centrale effectenbewaarinstellingen en meer transparantie in kostenstructuren, om concurrentie te bevorderen en schaalvoordelen te realiseren.’
Politieke harmonisatie
Volgens Citi hoeft tastbare vooruitgang niet te wachten op volledige politieke harmonisatie. Marcello Topa, wereldwijd hoofd belangenbehartiging voor investor services bij Citi, stelt dat verdere coördinatie van afwikkelingsdiensten in Europa prioriteit moet krijgen. Daaronder valt bijvoorbeeld bredere en consistentere inzet van Target2-Securities, het door de ECB beheerde platform dat grensoverschrijdende effectenafwikkeling in centralebankgeld mogelijk maakt.
Topa wijst ook op de noodzaak van meer open en transparante concurrentie tussen marktinfrastructuren zoals centrale effectenbewaarinstellingen, die vaak opereren in quasi-monopolistische nationale omgevingen. Grotere juridische zekerheid, waaronder een verdere afstemming van ondernemings-, insolventie- en belastingwetgeving, zou grensoverschrijdende vermogensdiensten en investeringsactiviteiten extra ondersteunen.
Omdat volledige harmonisatie veel tijd kost, kunnen tussentijdse maatregelen volgens Topa sneller efficiëntiewinst opleveren. Hij noemt bijvoorbeeld het voorgestelde ‘28e regime’: een voorstel binnen de EU om bedrijven en beleggers een extra, vrijwillige set Europese regels te geven, naast de bestaande nationale wetgeving. Ook zouden gecentraliseerde emissiefaciliteiten voor verschillende activaklassen de markt al eerder kunnen stroomlijnen.
Tot slot stelt Citi dat elke serieuze poging om de Europese kapitaalmarkten te verdiepen verder moet gaan dan de Europese Unie alleen. Integratie van grote financiële centra zoals het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland zou duplicatie verminderen, due-diligence-eisen harmoniseren en bijdragen aan een liquidere en competitievere marktomgeving.