Proxy-adviseurs liggen in de Verenigde Staten steeds zwaarder onder politiek vuur, terwijl de vraag naar hun diensten elders juist toeneemt. Voor Glass Lewis, wereldwijd een van de twee dominante spelers naast ISS, dwingt die divergentie tot een herijking van zowel strategie als productaanbod.
In meer dan een dozijn Amerikaanse staten werken wetgevers aan nieuwe regels die de werkwijze van proxy-adviseurs aan banden kunnen leggen. Zij zouden verplicht worden om gedetailleerde financiële onderbouwingen te geven als zij tegen het management adviseren, of anders expliciete waarschuwingen toe te voegen.
‘De Amerikaanse en Europese markten ontwikkelen zich heel verschillend’, zegt Diederik Timmer, hoofd Europa bij Glass Lewis, tegen Investment Officer. ‘In de VS worden beleggersrechten en accountability teruggedraaid. In Europa, Australië en Japan blijft duurzaamheid juist verankerd in beleggingsprocessen.’
Die ontwikkeling past in een bredere politieke reactie op ESG-beleggen in de VS, waar proxy-adviseurs steeds vaker mikpunt zijn geworden. Tegelijkertijd blijft de regulatoire dynamiek in andere markten de vraag naar governance- en duurzaamheidsanalyse ondersteunen.
Lappendeken
De groeiende lappendeken van staatswetgeving dreigt het leveren van onafhankelijk stemadvies complexer te maken. In Indiana treedt in juli wetgeving in werking die adviseurs verplicht om financiële analyses te leveren wanneer zij zich tegen het management keren, of prominente disclaimers op te nemen. Dat vergroot de juridische risico’s rond hun aanbevelingen.
Ook op federaal niveau neemt de druk toe. Recente richtlijnen van het Amerikaanse ministerie van Arbeid suggereren dat proxy-adviseurs die pensioenfondsen bedienen, als fiduciair kunnen worden aangemerkt onder Erisa, de wet die werkgeverspensioenen reguleert. Dat zou strengere eisen opleggen op het gebied van transparantie en verslaglegging, mogelijk ook voor partijen die enkel research leveren.
Voorstanders van strengere regels vinden dat de macht van proxy-adviseurs te groot is geworden. ‘Twee buitenlandse bedrijven controleren 97 procent van de markt voor proxy-advies in de Verenigde Staten’, zegt Blaine Luetkemeyer, chief executive officer van het American Consumer and Investor Institute. ‘Dat betekent dat zij enorme invloed hebben op wie Amerikaanse bedrijven leidt en hoe die opereren.’
Glass Lewis is in Canadese handen en heeft zijn hoofdkantoor in San Francisco, terwijl ISS van oorsprong Amerikaans is, maar eigendom is van Deutsche Börse. Het is gevestigd in Rockville, Maryland.
Volgens Luetkemeyer zouden adviseurs geen invloed moeten uitoefenen zonder zelf aandeelhouder te zijn. ‘Besturen moeten verantwoording afleggen aan beleggers, niet aan proxy-adviseurs die zelf geen belang hebben in het bedrijf’, stelt hij.
Glass Lewis waarschuwt dat de voorstellen ‘onwerkbaar’ zijn en het risico vergroten dat afwijkende adviezen worden onderdrukt. Timmer wil niet ingaan op specifieke dossiers vanwege lopende juridische onderzoeken.
Internationale groei
Terwijl de ruimte in de VS kleiner wordt, breidt Glass Lewis zijn activiteiten juist uit in markten waar de vraag naar klimaatgerelateerde analyse intact blijft. Het bedrijf lanceerde deze maand Climate Intelligence, een platform op basis van kunstmatige intelligentie, dat beoordeelt hoe bedrijven zijn gepositioneerd voor de overgang naar een koolstofarmere economie. De nadruk ligt op financiële materialiteit, met aandacht voor zowel strategie als uitvoering, waaronder kapitaalallocatie en operationele capaciteit.
De uitrol richt zich op Europa, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië. In de VS is de belangstelling afgekoeld, parallel aan de politieke weerstand tegen ESG. ‘Dit is voor het eerst dat ik zie dat de interesse simpelweg afneemt’, aldus Timmer. Buiten de VS vragen klanten juist om meer vooruitkijkende analyses.
Die verschuiving verandert ook de kern van het businessmodel. Glass Lewis beweegt weg van de enkele, uniforme ‘house view’ richting maatwerkadvies per klant.
Volgens sommige waarnemers is die beweging tegelijkertijd defensief én structureel. Proxy-adviseurs ‘bewegen onder extreme regulatoire en politieke druk’, zegt Ann Lipton, hoogleraar ondernemingsrecht aan de University of Colorado. Maatwerk zou als ‘minder controversieel’ worden gezien, al is het de vraag of dat de druk daadwerkelijk zal verminderen.
Tegelijkertijd veranderen ook beleggers zelf. Naarmate institutionele partijen uiteenlopende prioriteiten hanteren, vooral rond duurzaamheid en governance, wordt één standaardadvies steeds moeilijker vol te houden.
‘Onze rol is om klanten te helpen hun eigen beleid uit te voeren’, zegt Timmer. ‘We zijn in de kern een dienstverlener. Daar gaan we naar terug.’