Afbeelding van Abderrahmane Habibi via Pexels
pexels-abdoo-35171606.jpg

Chinese aandelen verslaan Wall Street al twee jaar op rij, maar het stempel ‘oninvesteerbaar’ blijft volgens kenners hardnekkig plakken na de techcrackdowns en de nog altijd voortdurende vastgoedcrisis. In januari rapporteerden Chinese aandelenfondsen zelfs hun grootste uitstroom ooit in een week tijd. China-liefhebbers laten het land niet los, maar verschillen van mening of staatsbedrijven moet behouden of mijden. 

Midden januari kregen Chinese aandelenfondsen bijna 50 miljard dollar aan uitstroom te verteren, blijkens cijfers van Emerging Portfolio Fund Research. Volgens Bank of America was dit de grootste wekelijkse uitstroom uit Chinese aandelen ooit. Tegenover persbureau Reuters schreef de bank de uitstroom toe aan verkopen door het zogenoemde ‘nationale team’ van door de Chinese staat gesteunde beleggers. Het nationale team ondersteunde de aandelenmarkt via zijn investeringen in 2024 en 2025 en verminderde in 2026 zijn blootstelling om de aandelenmarkt wat af te koelen.

Die uitstroom staat niet op zichzelf, maar past in het bredere wantrouwen dat sinds 2021 rond China hangt. Waar China eerder nog een no-brainer was voor beleggers, ging dit vijf jaar geleden naar een uitgesproken ‘no way’, toen ingrepen in de technologiesector begonnen te drukken op het sentiment. Dat versterkte de perceptie van een onvoorspelbare politieke inmenging van de communistische partij. Tegelijkertijd implodeerde de vastgoedmarkt, jarenlang een kernmotor van groei en vermogensvorming. Het resultaat was een scherpe bearmarkt: China, ooit de vanzelfsprekende keuze binnen opkomende markten, werd massaal onderwogen tot eind 2023.

Begin 2024 begon het sentiment te draaien. De Chinese overheid erkende dat de economie steun nodig had en kondigde gerichte stimuleringsmaatregelen aan. Sindsdien is de Chinese aandelenmarkt met 40 procent gestegen, tot vandaag de dag, al is het niveau van voor 2021 nog niet in zicht.

Allocatie uitbreiden

Volgens Azië-beleggers is het moment aangebroken om de allocatie naar China uit te breiden. Niet in de laatste plaats omdat het vijftiende vijfjarenplan (2026-2030) van de Chinese Communistische Partij (CCP) dit jaar officieel in werking moet treden. Dat in maart goed te keuren plan vormt een richtinggevend kader voor subsidies en kapitaalallocatie.

Qilin Capital stemt haar beleggingen af op dat plan, vertelt Stefan Albrecht in gesprek met Investment Officer. Albrecht is beheerder van het 75 miljoen grote Acatis Qilin Marco Polo Asien Fonds. Hij wijst op de focus in het nieuwe vijfjarenplan op technologische zelfredzaamheid, economische veerkracht en innovaties in AI en semiconductors. ‘Daarmee wordt een gunstiger ondernemingsklimaat voor private bedrijven geschept. Zelfs de teruggefloten Jack Ma is gevraagd een bijdrage te leveren.’

Reden voor het op Azië gefocuste Qilin Capital om de positie in India af te bouwen en die in China op te bouwen naar 65 procent van het fonds. Het Acatis  Qilin-fonds heeft bovendien een sterke focus op tech, met een allocatie van 40 procent. Over twee jaar tijd haalde het fonds een rendement van 52 procent, een outperformance van 18 procent.

Technologische koploper

‘Na een periode van extreem negatief sentiment zien we bij Chinese aandelen een herwaardering richting de onderliggende fundamentele waarde’, zegt Albrecht. ‘Bij staatsbedrijven spelen vaak politieke randzaken een rol, wat de beleggingscase vertroebeld. Daarom vermijden we staatsbedrijven tijdens periodes van positieve ontwikkelingen op de aandelenmarkt. Tijdens bearmarkten presteren staatsbedrijven vaak beter omdat ze meer overheidssteun krijgen.’

Qilin Capital richt zich op dit moment liever op private bedrijven die profiteren van het nieuwe vijfjarenplan. Technologie krijgt daarin voorrang en juist daar neemt China een steeds dominantere positie in. Kijk bijvoorbeeld naar de Chinese auto-industrie. ‘De value for money is zo goed, dat de Duitse industrie er niet meer tegen opgewassen is’, concludeert de van origine Duitse fondsmanager met enige pijn.

Bedrijven als BYD Auto en Chinese batterijmaker CATL illustreren die kracht. BYD verkocht in 2024 circa 4,3 miljoen voertuigen en is daarmee wereldleider in elektrische mobiliteit. Batterijproducent CATL heeft een wereldwijd marktaandeel van 37 procent. En dat AI-startup DeepSeek doorbrak begin 2025, onderstreept dat China in staat is om AI-modellen goedkoper te ontwikkelen dan westerse concurrenten. Oftewel: China is van simpele fabrikant naar technologische koploper gegaan.

Staatsbedrijven: mijden of selecteren?

Niet iedereen deelt de strategie om staatsbedrijven uit te sluiten. Ivy Ng, Chief Investment Officer Azië-Pacific bij DWS, hanteert een fundamenteel andere benadering:  ‘Je hoeft Chinese staatsbedrijven niet categorisch te mijden’, zegt zij, wijzend op de bottom-up-benadering van het fondshuis.

Ng benadrukt dat staatsbedrijven tijdens de vastgoedcrisis juist vaak veerkrachtiger bleken, mede dankzij strengere balansdiscipline en betere toegang tot financiering. ‘Staatsbedrijven met blootstelling aan de vastgoedsector hielden zich in die periode relatief beter overeind’, aldus Ng.

Rushil Khanna, hoofd aandelenbeleggingen bij Ostrum AM (onderdeel van Natixis IM), sluit zich hierbij aan: ‘Met een binaire benadering blijft waarde vaak onbenut, dus ik zou staatsbedrijven niet per definitie uitsluiten. Vier grote Chinese staatsbanken noteren regelmatig tegen aanzienlijke kortingen ten opzichte van de boekwaarde, en bieden aantrekkelijke dividendrendementen.’

Het uitsluiten van staatsbedrijven verkleint het beleggingsuniversum bovendien aanzienlijk. Volgens het Peterson Institute for International Economics maken zij inmiddels circa 54 procent uit van de marktkapitalisatie onder China’s honderd grootste beursgenoteerde bedrijven.

Goedkoop

Ondanks de stijging van de Chinese aandelenmarkten sinds 2024, blijven Chinese aandelen goedkoop gewaardeerd ten opzichte van de Verenigde Staten. Zowel in absolute zin als relatief ten opzichte van het groeipotentieel zijn ze goedkoop volgens Albrecht. ‘China beschikt bovendien over een flinke berg spaarcenten van circa 22.000 miljard dollar die nog richting de aandelenmarkten kan stromen’, vertelt Albrecht.

Volgens de fondsbeheerder stroomt er ook steeds meer kapitaal vanuit pensioenfondsen en sovereign wealth funds in het Midden-Oosten richting China. Dit versterkt alternatieve economische netwerken en vermindert de kwetsbaarheid voor westerse sancties of kapitaalrestricties, stelt hij.

De fondsbeheerder erkent dat de recente outperformance van zijn Azië-fonds nog niet voldoende is om de benchmark over een periode van vijf jaar te verslaan. Aangezien de slechte prestaties van de Chinese aandelenmarkt van 2021 tot 2023 vooral werden veroorzaakt door negatief beleggerssentiment en niet door slecht presterende Chinese bedrijven, is Albrecht van mening dat de kansen voor de Chinese aandelenmarkt en het Acatis Qilin Marco Polo Asia-fonds om continu beter te presteren goed zijn.

 

Author(s)
Categories
Target Audiences
Access
Members
Article type
Article
FD Article
No