Voor de Europese financiële regelgeving wordt 2026 vooral een jaar van strenger toezicht en minder nieuwe regels. De belangrijkste kaders voor fondsbeheer, witwasbestrijding, duurzaamheid en marktstructuur liggen grotendeels vast. Daardoor verschuift de aandacht van wetgeving naar handhaving.
Op het gebied van liquiditeitsbeheer, uitbesteding en distributie, AML-toezicht en transparantie-eisen verwachten deskundigen dat financiële instellingen dit jaar te maken krijgen met uiteenlopende interpretaties en ongelijk toezicht binnen de EU. Voor bedrijven die in meerdere landen actief zijn, betekent dat één ding: meer onzekerheid en meer discussie met toezichthouders.
Liquiditeit onder vergrootglas
De eerste vuurproef volgt al in april. Dan treden nieuwe regels in werking voor beleggingsfondsen onder AIFMD II en UCITS VI. Die moeten ervoor zorgen dat beleggingsfondsen beter zijn voorbereid op grootschalige uitstroom van vermogen. In theorie klinkt dat logisch. In de praktijk blijkt het lastiger.
Fondsen moeten voortaan meerdere instrumenten voor liquiditeitsbeheer hebben en daarbij vooraf vastleggen wanneer en hoe ze die kunnen inzetten. Toezichthouders kijken daarbij niet langer alleen óf die instrumenten formeel bestaan. Steeds belangrijker wordt de vraag dit soort ‘noodknoppen’ ook echt werken, of bestuurders ze durven in te drukken als marktomstandigheden verslechteren en of besturen dit soort keuzes vervolgens ook kunnen uitleggen.
De discussie is verschoven, zeggen juristen. Het gaat niet langer om keurige documenten, maar om de vraag: kan dit fonds in een crisis snel en eerlijk ingrijpen?
Onduidelijkheid over regels blijft
Daar komt bij dat belangrijke details nog altijd onduidelijk zijn en niet alle juridische vragen beantwoord. Het is duidelijk dát fondsen meerdere liquiditeitsinstrumenten moeten hebben, maar wanneer zo’n instrument precies geldt als ‘gekozen’ of ‘ingezet’ is nog onduidelijk. Ook is niet helder hoe die instrumenten meetellen voor de minimale eisen onder de nieuwe Europese regels (AIFMD II en UCITS VI). Juist bij toezicht, en vooral in stressvolle marktomstandigheden, kunnen die onduidelijkheden zwaar gaan wegen.
‘De meeste discussie tussen toezichthouders en fondsen zal ontstaan rond het gebruik van liquiditeitsinstrumenten’, zegt Sebastiaan Hooghiemstra, senior associate bij Loyens & Loeff. ‘Zonder duidelijke Europese uitleg, dreigen verschillen tussen landen. Dat maakt het voor grensoverschrijdende fondsen ingewikkeld.’
Gedoe rond distributie en uitbesteding
Niet alleen liquiditeit levert hoofdbrekens op. Ook bij distributie en uitbesteding van taken aan derden ontstaan nieuwe grijze gebieden. Wanneer handelt een distributeur ‘voor eigen rekening’? En wie valt precies onder uitzonderingen in de regels?
Dat is vooral relevant voor partijen die werken met buitenlandse distributeurs of nominee-structuren, zoals vaak gebeurt in Luxemburg. In de praktijk accepteert de markt die structuren al jaren, maar expliciete Europese duidelijkheid ontbreekt.
Toezichthouders kijken bovendien steeds vaker naar het totaalplaatje. Liquiditeit, uitbesteding en distributie moeten samen een logisch verhaal vormen. Wie dat niet overtuigend kan uitleggen, loopt risico.
Witwas-toezicht
Een vergelijkbare spanning speelt bij de aanpak van witwassen. In maart begint de nieuwe Europese anti-witwasautoriteit AMLA in Frankfurt met datacollectie, vooruitlopend op de officiële start in 2028. Met AMLA wil Brussel een einde maken aan versnipperd nationaal toezicht.
Wie denkt dat bedrijven meteen met een nieuwe Europese toezichthouder te maken krijgen, komt bedrogen uit. In 2026 en 2027 blijven nationale autoriteiten aan zet. AMLA is vooral bezig met het bouwen van systemen, regels en methodes.
‘2026 is vooral een overgangsjaar’, zegt Sandrine Périot, partner bij Arendt in Luxembourg. ‘De nieuwe structuur wordt gebouwd, maar functioneert nog niet volledig.’
De echte veranderingen volgen pas later. De Europese anti-witwasregels gaan in 2027 gelden en volledig centraal toezicht begint dan in 2028. Tot die tijd blijven bedrijven werken met nationale regels, terwijl Europese verwachtingen al boven de markt hangen.